EHB Academy • BV & Holding • Les 18
Dividend uitkeren in de praktijk
Van uitkeringstest en aandeelhoudersbesluit tot dividendbelasting, box 2 en journaalposten
Niveau:
Verdieping
Leestijd:
± 45 minuten
Versie:
2026
Praktijkdoel.
Na deze les kunt u een dividenduitkering van besluit tot boeking volgen en onderscheid maken tussen dividend binnen de holdingstructuur en dividend naar privé.
1. Wat leert u in deze les?
Dividend uitkeren lijkt eenvoudig: de BV heeft winst en de aandeelhouder ontvangt geld. In de praktijk komen ondernemingsrecht, liquiditeit, dividendbelasting, box 2 en de administratie samen.
Na deze les kunt u het verschil uitleggen tussen dividend van Werk BV naar Holding BV en dividend van Holding BV naar de DGA privé, de vereiste besluitvorming herkennen, de uitkeringstoets uitvoeren en de belangrijkste journaalposten verwerken.
2. Winst is niet hetzelfde als vrij uitkeerbaar geld
Een winstgevende BV kan toch onvoldoende liquiditeiten hebben om dividend uit te keren. Andersom kan een BV veel geld op de bank hebben, terwijl dat geld nodig is voor belasting, aflossingen, investeringen, werkkapitaal of wettelijke/statutaire reserves.
Een dividendbesluit begint daarom niet bij het banksaldo, maar bij de jaarrekening of actuele tussentijdse cijfers, de beschikbare reserves én een liquiditeitsprognose.
3. De juridische basis: artikel 2:216 BW
De algemene vergadering is in beginsel bevoegd de winst te bestemmen en uitkeringen vast te stellen, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die volgens wet of statuten moeten worden aangehouden.
Een uitkeringsbesluit heeft geen gevolg zolang het bestuur geen goedkeuring heeft verleend. Het bestuur moet die goedkeuring weigeren als het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de BV na de uitkering haar opeisbare schulden niet kan blijven betalen.
Dit zijn twee afzonderlijke toetsen: de balanstest en de uitkeringstest.
4. Stap 1 – de balanstest
Controleer of na de voorgenomen uitkering voldoende eigen vermogen resteert ten opzichte van de wettelijke en statutaire reserves. Niet iedere reserve is dus zonder meer uitkeerbaar.
Bij een eenvoudige BV zonder bijzondere wettelijke of statutaire reserves ligt de nadruk in de praktijk vaak op de uitkeringstest, maar de balanstest mag niet worden overgeslagen.
5. Stap 2 – de uitkeringstest
Het bestuur beoordeelt of de BV na de uitkering haar opeisbare verplichtingen kan blijven voldoen. Kijk daarbij vooruit en niet uitsluitend naar de situatie op de datum van het dividendbesluit.
Neem ten minste mee: crediteuren, loonheffingen, btw, VPB, aflossingen en rente, huur, salarissen, geplande investeringen, seizoensinvloeden, debiteurenrisico en beschikbare kredietruimte.
Leg de onderbouwing schriftelijk vast. Een eenvoudige liquiditeitsprognose voor de komende twaalf maanden is vaak een bruikbaar onderdeel van het dossier.
6. Bestuurdersaansprakelijkheid bij een onverantwoorde uitkering
Kan de BV na de uitkering haar opeisbare schulden niet meer betalen en wist of behoorde een bestuurder dit te voorzien, dan kan onder artikel 2:216 BW aansprakelijkheid ontstaan voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan.
Ook een ontvanger van de uitkering kan onder omstandigheden een terugbetalingsverplichting krijgen wanneer die wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de BV daardoor haar opeisbare schulden niet kon blijven betalen.
7. De formele documenten in het dividenddossier
Een praktisch dividenddossier bevat doorgaans: actuele cijfers, berekening van de uitkeerbare ruimte, liquiditeitsprognose, aandeelhoudersbesluit, bestuursgoedkeuring, eventuele notulen, berekening dividendbelasting en bewijs van aangifte/betaling.
Controleer daarnaast altijd de statuten en eventuele aandeelhoudersovereenkomst. Die kunnen aanvullende bepalingen bevatten over winstbestemming, soorten aandelen of uitkeringsrechten.
8. Twee dividendstromen die u niet door elkaar mag halen
Bij een holdingstructuur zijn er twee wezenlijk verschillende routes:
1. Werkmaatschappij → Holding: zakelijk deelnemingsdividend tussen vennootschappen.
2. Holding → DGA privé: dividend aan een natuurlijke persoon met een aanmerkelijk belang.
De juridische uitkeringstest geldt bij beide routes, maar de fiscale verwerking verschilt sterk.
9. Werkmaatschappij → Holding: deelnemingsdividend
Ontvangt een Nederlandse Holding dividend van een Nederlandse Werk BV waarin zij ten minste 5% houdt, dan is doorgaans sprake van deelnemingsdividend. Bij een kwalificerende deelneming voorkomt de deelnemingsvrijstelling dat dezelfde ondernemingswinst nogmaals met VPB wordt belast bij de Holding.
Voor Nederlandse deelnemingsdividenden geldt in beginsel een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. De Werk BV houdt dan geen 15% dividendbelasting in wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.
10. Voorbeeld Werk BV → Holding BV
Werk BV heeft na VPB voldoende reserves en liquiditeit en besluit € 80.000 dividend uit te keren aan haar 100%-aandeelhouder Holding BV. De balanstest en uitkeringstest zijn positief.
Als de inhoudingsvrijstelling van toepassing is, wordt € 80.000 zonder inhouding van dividendbelasting naar de Holding overgemaakt.
11. Journaalpost bij de Werk BV
Bij vaststelling van het dividend:
Debet Overige reserves € 80.000
Credit Te betalen dividend € 80.000
Bij betaling:
Debet Te betalen dividend € 80.000
Credit Bank € 80.000
Dividend is geen bedrijfskostenpost. Het is een vermogensuitkering en verlaagt het eigen vermogen.
12. Journaalpost bij de Holding – aansluiting op Les 09
In de EHB Academy hanteren we consequent de resultaatmethode voor de deelneming. Als het resultaat van de Werk BV al in de Holding is verwerkt via 'Resultaat deelneming', mag het latere dividend niet opnieuw als opbrengst in de winst-en-verliesrekening worden geboekt.
Ontvangst van € 80.000 dividend:
Debet Bank € 80.000
Credit Deelneming Werk BV € 80.000
Het dividend verlaagt daarmee de boekwaarde van de deelneming. Er ontstaat geen tweede resultaat.
13. Volledige deelnemingsketen
Stel: beginwaarde deelneming € 250.000. De Werk BV behaalt na belasting € 120.000 winst. De Holding verwerkt:
Debet Deelneming Werk BV € 120.000 / Credit Resultaat deelneming € 120.000.
Boekwaarde wordt € 370.000. Daarna keert Werk BV € 80.000 dividend uit. De Holding boekt Bank € 80.000 / Deelneming € 80.000. De boekwaarde eindigt op € 290.000.
Zo blijft de keten resultaat → balans → dividend volledig sluitend.
14. Holding → DGA privé
Keert de Holding dividend uit aan de DGA privé, dan is dit geen deelnemingsdividend. De Holding houdt in beginsel 15% dividendbelasting in en draagt deze af aan de Belastingdienst.
De DGA geeft het bruto dividend aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in box 2. De ingehouden Nederlandse dividendbelasting is in beginsel een voorheffing die in de aangifte inkomstenbelasting wordt verrekend.
15. Box 2-tarieven 2026
Voor 2026 bedraagt het box 2-tarief 24,5% over het belastbare box 2-inkomen tot en met € 68.843 en 31% over het meerdere.
De 15% dividendbelasting is dus niet de eindheffing voor een in Nederland wonende DGA. Het is in beginsel een verrekenbare voorheffing op de inkomstenbelasting in box 2.
16. Voorbeeld € 100.000 dividend naar privé
Bruto dividend: € 100.000.
Dividendbelasting 15%: € 15.000. De DGA ontvangt aanvankelijk € 85.000 netto.
Box 2 2026: € 68.843 × 24,5% = € 16.866,54 en € 31.157 × 31% = € 9.658,67. Totale box 2-heffing: € 26.525,21.
Na verrekening van € 15.000 dividendbelasting resteert in dit vereenvoudigde voorbeeld circa € 11.525,21 te betalen inkomstenbelasting. De uiteindelijke netto-opbrengst na box 2 bedraagt circa € 73.474,79.
17. Journaalpost Holding → DGA
Bij vaststelling bruto dividend € 100.000:
Debet Overige reserves € 100.000
Credit Te betalen dividend € 100.000
Bij uitbetaling en inhouding:
Debet Te betalen dividend € 100.000
Credit Bank € 85.000
Credit Te betalen dividendbelasting € 15.000
Bij betaling dividendbelasting:
Debet Te betalen dividendbelasting € 15.000
Credit Bank € 15.000
18. Aangifte en betaling dividendbelasting
Wanneer dividendbelasting moet worden ingehouden, moet de vennootschap in beginsel binnen één maand na de dag waarop het dividend ter beschikking is gesteld aangifte doen én betalen.
De aangifte kan via Mijn Belastingdienst Zakelijk, fiscale software of een fiscaal dienstverlener worden gedaan. Leg de datum van terbeschikkingstelling daarom duidelijk vast.
19. Wanneer is dividend 'ter beschikking gesteld'?
Voor de dividendbelasting is niet alleen de daadwerkelijke bankbetaling relevant. Het moment waarop het dividend juridisch ter beschikking wordt gesteld is bepalend voor de aangifte- en betalingstermijn.
Voorkom daarom dat een aandeelhoudersbesluit, boeking in rekening-courant en daadwerkelijke betaling verschillende data krijgen zonder dat duidelijk is welke datum fiscaal leidend is.
20. Dividend boeken in rekening-courant DGA
Een vastgesteld dividend hoeft niet altijd direct naar de privébankrekening te worden betaald. Het kan bijvoorbeeld worden verrekend met een bestaande rekening-courantschuld of als schuld van de BV aan de DGA worden geboekt.
Dat verandert niet automatisch het fiscale karakter van de dividenduitkering. De dividendbelasting en box 2-gevolgen moeten nog steeds worden beoordeeld op het moment van terbeschikkingstelling.
21. Interim-dividend
Dividend hoeft niet uitsluitend na vaststelling van de jaarrekening te worden uitgekeerd. Een tussentijdse uitkering kan mogelijk zijn als statuten en omstandigheden dat toelaten.
Gebruik dan actuele tussentijdse cijfers en voer opnieuw de balanstest en uitkeringstest uit. Een winstverwachting is geen vervanging voor een onderbouwde toets van reserves en liquiditeit.
22. Dividend uit oude winstreserves
Dividend hoeft niet gelijk te zijn aan de winst van het lopende jaar. Ook eerder opgebouwde vrije reserves kunnen worden uitgekeerd, mits de vennootschapsrechtelijke voorwaarden worden nageleefd en de BV financieel gezond blijft.
Dit is een belangrijke reden om bij de beoordeling zowel balans, resultaat als liquiditeitsprognose te gebruiken.
23. Dividend versus salaris
Salaris is voor de BV in beginsel een loonkostenpost en wordt bij de DGA in box 1 belast. Dividend is een vermogensuitkering en niet aftrekbaar van de winst van de BV; bij de DGA valt het bij een aanmerkelijk belang in box 2.
Een DGA kan het gebruikelijk loon niet simpelweg vervangen door dividend. De gebruikelijkloonregeling moet afzonderlijk worden beoordeeld.
24. Dividend versus lening of rekening-courant
Dividend wordt definitief aan de aandeelhouder uitgekeerd. Een lening of rekening-courant blijft daarentegen een vordering van de BV op de DGA en moet zakelijk worden vormgegeven.
Boek een privé-opname daarom niet achteraf automatisch om naar dividend om een onduidelijke rekening-courantpositie te repareren. Eerst moeten besluitvorming, fiscale gevolgen en liquiditeit worden beoordeeld.
25. Meerdere aandeelhouders en verschillende soorten aandelen
Bij meerdere aandeelhouders moet worden vastgesteld wie volgens de statuten en de rechten van de betreffende aandelen aanspraak heeft op het dividend. Letteraandelen of preferente aandelen kunnen verschillende winst- en uitkeringsrechten hebben.
Verdeel dividend daarom nooit uitsluitend op basis van een informele afspraak als de statutaire rechten daarvan afwijken.
26. Buitenlandse aandeelhouder
Bij een aandeelhouder buiten Nederland kunnen een belastingverdrag, EU-regels, de inhoudingsvrijstelling en antimisbruikbepalingen een rol spelen. De standaardregel 'altijd 15%' is dan te kort door de bocht.
Controleer vóór uitbetaling de woon- of vestigingsstaat, het aandelenbelang, de uiteindelijk gerechtigde, het toepasselijke verdrag en eventuele meldings- of vergunningseisen.
27. Veelgemaakte fouten
• Dividend uitkeren op basis van alleen het banksaldo.
• Geen bestuursgoedkeuring of uitkeringstest vastleggen.
• Dividend als kosten in de winst-en-verliesrekening boeken.
• Bij Werk BV → Holding toch 15% inhouden terwijl een inhoudingsvrijstelling van toepassing is.
• Ontvangen dividend in de Holding dubbel als resultaat boeken nadat het deelnemingsresultaat al is verwerkt.
• Bij Holding → privé vergeten dat 15% dividendbelasting slechts een voorheffing kan zijn.
• De aangifte- en betalingstermijn van één maand missen.
• Dividend gebruiken als vervanging voor een onvoldoende onderbouwd DGA-loon.
28. EHB dividend-check – vóór het besluit
1. Controleer statuten en aandeelhoudersrechten.
2. Bepaal de beschikbare vrije reserves.
3. Maak actuele cijfers en een liquiditeitsprognose.
4. Voer balanstest en uitkeringstest uit.
5. Beoordeel bestaande belastingschulden, financieringen en investeringen.
6. Bepaal wie de ontvanger is: Holding, DGA privé of buitenlandse aandeelhouder.
7. Bepaal dividendbelasting, inhoudingsvrijstelling en box 2-gevolgen.
8. Bereid aandeelhoudersbesluit en bestuursgoedkeuring voor.
29. EHB dividend-check – na het besluit
9. Boek het dividend correct in de administratie.
10. Verwerk eventuele inhouding van dividendbelasting.
11. Doe zo nodig binnen één maand aangifte en betaal tijdig.
12. Bewaar besluit, bestuursgoedkeuring, berekeningen en betalingsbewijs in het dossier.
13. Sluit rekening-courant, dividendverplichting en bankmutatie op elkaar aan.
14. Controleer bij de jaarafsluiting of het eigen vermogen en de deelneming correct zijn gemuteerd.
30. Samenvatting – tien kernlessen
1. Winst betekent niet automatisch dat dividend verantwoord is.
2. De balanstest en uitkeringstest zijn afzonderlijke controles.
3. Het bestuur moet een uitkering goedkeuren.
4. Dividend is een vermogensmutatie, geen bedrijfskostenpost.
5. Werk BV → Holding en Holding → privé zijn fiscaal verschillende routes.
6. Deelnemingsdividend kan onder de deelnemingsvrijstelling en inhoudingsvrijstelling vallen.
7. Bij dividend naar privé is 15% dividendbelasting doorgaans een voorheffing.
8. Box 2 kent in 2026 twee tarieven.
9. De aangifte- en betalingstermijn dividendbelasting is in beginsel één maand.
10. Een goed dividenddossier verbindt besluitvorming, fiscaliteit, administratie en liquiditeit.
31. EHB Slotgedachte
Een dividenduitkering is pas goed geregeld wanneer vier zaken tegelijk kloppen: het besluit, de financiële draagkracht van de BV, de fiscale behandeling en de boekhouding. Juist in een holdingstructuur is het essentieel om de geldstroom van Werk BV naar Holding niet te verwarren met de geldstroom van Holding naar privé.
32. Volgende les
Les 19 – Fiscale eenheid.
Daarin behandelen we de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en de fiscale eenheid voor de omzetbelasting, de voorwaarden, voordelen, risico’s, aansprakelijkheid en de administratieve gevolgen.
33. Bronnen en actualiteitscontrole 2026
• Belastingdienst – Dividendbelasting als u dividend uitkeert.
• Belastingdienst – Dividendbelasting: aangifte doen en betalen.
• Belastingdienst – Ontvanger dividend in Nederland: vrijstelling dividendbelasting.
• Belastingdienst – Deelnemingsvrijstelling.
• Belastingdienst – Box 2: uitleg en tarieven.
• Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikel 216 – winstbestemming, uitkeringen en bestuursgoedkeuring.
Controleer bij toepassing altijd de actuele wetgeving, statuten en feiten van de specifieke BV.
Disclaimer.
Deze les is algemene educatieve informatie en geen individueel fiscaal, juridisch of financieel advies. Beoordeel iedere dividenduitkering op basis van de actuele cijfers, statuten, wetgeving en persoonlijke omstandigheden.