EHB Academy • BV & Holding • Les 20
Veelgemaakte fouten binnen een BV-structuur
20 praktijkfouten bij Holding, Werk BV, DGA, dividend, intercompany, btw en vennootschapsbelasting
Niveau:
Praktijk / verdieping
Leestijd:
± 55 minuten
Versie:
2026
Praktijkdoel.
Gebruik deze les als foutendetector en periodieke checklist voor bestaande BV-structuren.
1. Wat leert u in deze les?
Les 20 is een praktijkcontrole op de voorgaande Academy-lessen. We behandelen niet opnieuw alle theorie, maar kijken naar fouten die in een Holding/Werkmaatschappij-structuur vaak leiden tot verkeerde aangiften, onduidelijke rekening-courantposities of een jaarrekening die niet aansluit.
Bij iedere fout gebruiken we dezelfde benadering: wat gaat er mis, waarom is dat een probleem en hoe richt u het beter in?
2. De vier controlevragen
Bij vrijwel iedere geldstroom binnen een BV-structuur moeten vier vragen worden beantwoord:
1. Welke rechtspersoon hoort bij deze transactie?
2. Wat is de juridische aard: kosten, omzet, dividend, salaris, lening, kapitaal of rekening-courant?
3. Wat is de fiscale behandeling voor VPB, btw, loonheffingen of box 2?
4. Sluit de boeking bij de andere partij en in de aangiften volledig aan?
Fout 1 – De Holding en Werk BV administratief als één onderneming behandelen
Wat gaat er fout?
Elke BV is een afzonderlijke rechtspersoon met een eigen administratie, balans, resultaat, bank en verplichtingen. Een holdingstructuur is geen toestemming om kosten, opbrengsten en betalingen willekeurig tussen vennootschappen te mengen.
Hoe voorkomt u dit?
Richt per BV een volledige administratie in en gebruik afzonderlijke intercompany-rekeningen. Sluit die posities periodiek spiegelbeeldig aan.
Fout 2 – Een managementfee boeken zonder zakelijke onderbouwing
Wat gaat er fout?
Een managementfee moet aansluiten bij daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en de onderlinge afspraken. Een willekeurig bedrag dat alleen wordt gebruikt om winst tussen BV's te verschuiven is kwetsbaar.
Hoe voorkomt u dit?
Leg de dienstverlening, vergoeding, facturatiefrequentie en verantwoordelijkheden vast in een managementovereenkomst en beoordeel periodiek of de vergoeding nog zakelijk is.
Fout 3 – Btw op de managementfee verkeerd behandelen
Wat gaat er fout?
Buiten een fiscale eenheid BTW is een managementdienst doorgaans met btw belast. Binnen dezelfde fiscale eenheid BTW zijn interne leveringen en diensten juist niet met btw belast.
Hoe voorkomt u dit?
Controleer dus eerst of de betrokken BV's daadwerkelijk tot dezelfde FE BTW behoren. Laat de btw-behandeling aansluiten op die status en op de aard van de prestatie.
Fout 4 – Denken dat een fiscale eenheid de afzonderlijke administratie opheft
Wat gaat er fout?
Een FE VPB of FE BTW verandert de fiscale behandeling, maar Holding en Werk BV blijven juridisch afzonderlijke entiteiten.
Hoe voorkomt u dit?
Blijf managementfee, rekening-courant, leningen, bankmutaties, debiteuren, crediteuren en eigen vermogen per BV administreren. De fiscale eenheid komt als fiscale laag bovenop die administraties.
Fout 5 – Het gebruikelijk loon zien als een vast standaardbedrag
Wat gaat er fout?
Voor 2026 is € 58.000 één van de drie vergelijkingsbedragen. Het gebruikelijk loon is minimaal het hoogste van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de relevante vennootschap/verbonden vennootschap en € 58.000, tenzij een lager vergelijkbaar loon aannemelijk kan worden gemaakt.
Hoe voorkomt u dit?
Maak jaarlijks een gebruikelijkloonbeoordeling en bewaar de onderbouwing in het dossier.
Fout 6 – Privéopnamen boeken zonder te bepalen wat ze juridisch zijn
Wat gaat er fout?
Een betaling door de BV voor de DGA kan salaris, dividend, kostenvergoeding, lening of rekening-courant zijn. De boeking 'rekening-courant DGA' lost die kwalificatie niet vanzelf op.
Hoe voorkomt u dit?
Classificeer de geldstroom bij verwerking en leg bij dividend of lening de benodigde besluiten en overeenkomsten vast.
Fout 7 – Een grote structurele lening als rekening-courant blijven presenteren
Wat gaat er fout?
Een rekening-courant is bedoeld voor kleine bedragen die over en weer lopen. Bij bedragen tot € 17.500 hoeft onder voorwaarden geen rente te worden berekend, maar alleen als het saldo het hele jaar niet boven die grens komt. Een echte lening valt niet onder die praktische rekening-courantregel.
Hoe voorkomt u dit?
Zet structurele financiering om in een afzonderlijke leningsovereenkomst met zakelijke rente, aflossing, looptijd en waar nodig zekerheden.
Fout 8 – Alleen naar de grens van € 500.000 voor excessief lenen kijken
Wat gaat er fout?
Een lening onder € 500.000 is niet automatisch zakelijk. De grens voor excessief lenen bepaalt wanneer bovenmatige schulden in box 2 kunnen worden belast; daarnaast moet iedere lening op zichzelf zakelijk zijn.
Hoe voorkomt u dit?
Beoordeel dus zowel de totale schuldpositie als terugbetalingscapaciteit, rente, aflossing, zekerheden en documentatie.
Fout 9 – Dividend uitkeren omdat er geld op de bank staat
Wat gaat er fout?
Een banksaldo zegt niets over de volledige uitkeerbare ruimte. De BV moet ook na de uitkering haar opeisbare verplichtingen kunnen blijven voldoen en de wettelijke/statutaire reserves moeten worden gerespecteerd.
Hoe voorkomt u dit?
Maak vóór dividend een balans- en uitkeringstoets, liquiditeitsprognose, aandeelhoudersbesluit en bestuursgoedkeuring.
Fout 10 – Dividend naar privé behandelen alsof 15% de eindheffing is
Wat gaat er fout?
Bij dividend van de Holding aan een Nederlandse DGA wordt in beginsel 15% dividendbelasting ingehouden. Die dividendbelasting is doorgaans een voorheffing. In 2026 bedraagt box 2 24,5% tot en met € 68.843 en 31% daarboven.
Hoe voorkomt u dit?
Bereken bij dividendplanning daarom de totale box-2-heffing en niet alleen de inhouding door de BV.
Fout 11 – Dividend uit Werk BV dubbel als opbrengst in de Holding boeken
Wat gaat er fout?
Als het resultaat van de deelneming al volgens de resultaatmethode in de Holding is verwerkt, mag een later dividend niet nogmaals als opbrengst in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen.
Hoe voorkomt u dit?
Boek bij de in de Academy gebruikte resultaatmethode de ontvangst als Bank aan Deelneming. Zo blijft de keten resultaat → boekwaarde deelneming → dividend sluitend.
Fout 12 – De deelnemingsvrijstelling verwarren met 'alles rond een dochter is aftrekbaar of vrijgesteld'
Wat gaat er fout?
Bij een kwalificerende deelneming blijven winsten en verliezen uit die deelneming in het algemeen buiten de belastbare winst. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat een verlies op verkoop in beginsel niet aftrekbaar is en aan- en verkoopkosten van een deelneming niet aftrekbaar zijn.
Hoe voorkomt u dit?
Splits operationele kosten, financieringskosten en kosten die rechtstreeks samenhangen met de deelneming zorgvuldig.
Fout 13 – Intercompany-leningen zonder overeenkomst of rente laten bestaan
Wat gaat er fout?
Een lening tussen Holding en Werk BV moet administratief en zakelijk herkenbaar zijn. Zonder afspraken ontstaat discussie over de aard van de geldstroom en kunnen de administraties uiteenlopen.
Hoe voorkomt u dit?
Leg hoofdsom, doel, rente, looptijd, aflossing en eventuele zekerheden vast en boek rentevordering en renteschuld spiegelbeeldig.
Fout 14 – Intercompany-posities pas bij de jaarrekening aansluiten
Wat gaat er fout?
Verschillen ontstaan door betalingen voor elkaar, verkeerd geboekte facturen, rente, btw en memoriaalboekingen. Wie pas na twaalf maanden aansluit, krijgt een reconstructieprobleem.
Hoe voorkomt u dit?
Sluit rekening-courant, leningen, managementfee, rente en doorbelastingen maandelijks of minimaal per kwartaal aan.
Fout 15 – Een betaling door Holding voor Werk BV direct als kosten van Holding boeken
Wat gaat er fout?
Wie juridisch betaalt is niet altijd degene bij wie de kosten thuishoren. Een betaling voor een andere groepsmaatschappij kan een intercompany-vordering veroorzaken of moet worden doorbelast.
Hoe voorkomt u dit?
Beoordeel per factuur wie de afnemer en kostendrager is en verwerk de betaling via de juiste intercompany-rekening wanneer Holding slechts voorschiet.
Fout 16 – Voorbelasting aftrekken zonder naar vrijgestelde omzet te kijken
Wat gaat er fout?
Bij volledig of gedeeltelijk btw-vrijgestelde omzet kan het recht op aftrek van voorbelasting beperkt zijn. Ook binnen een FE BTW moet de aftrekpositie van de eenheid als geheel worden beoordeeld.
Hoe voorkomt u dit?
Maak bij gemengde omzet een expliciete aftrekanalyse en herzie die waar nodig bij de jaarafsluiting.
Fout 17 – Oude VPB-verliezen automatisch met iedere groepswinst verrekenen
Wat gaat er fout?
Bij een FE VPB gelden specifieke regels voor verliezen van vóór voeging, tijdens de fiscale eenheid en na ontvoeging. Oude verliezen zijn niet zonder analyse vrij inzetbaar tegen iedere groepswinst.
Hoe voorkomt u dit?
Houd per maatschappij en per oorsprongsjaar een verliesstaat bij en beoordeel de voegings- en ontvoegingsregels vóór verrekening.
Fout 18 – Herstructureren zonder fiscale gevolgen vooraf te modelleren
Wat gaat er fout?
Een aandelenoverdracht, verkoop van een Werk BV, toetreding van een aandeelhouder of ontvoeging uit een fiscale eenheid kan gevolgen hebben voor deelnemingen, verliezen, interne transacties, btw en toekomstige heffing.
Hoe voorkomt u dit?
Maak vóór de juridische stap een fiscaal en administratief stappenplan. Niet eerst tekenen en daarna uitzoeken wat de gevolgen waren.
Fout 19 – De commerciële jaarrekening rechtstreeks als VPB-aangifte behandelen
Wat gaat er fout?
Commerciële winst en fiscale winst kunnen verschillen door onder meer niet-aftrekbare kosten, investeringsfaciliteiten, afschrijvingsregels, deelnemingsresultaten en fiscale reserves.
Hoe voorkomt u dit?
Maak ieder jaar een zichtbare aansluiting commerciële winst → fiscale correcties → belastbare winst → verschuldigde VPB.
Fout 20 – Geen permanent BV-dossier bijhouden
Wat gaat er fout?
Veel fouten ontstaan niet in de boeking zelf maar doordat beschikkingen, overeenkomsten, aandeelhoudersbesluiten en fiscale keuzes later niet meer terug te vinden zijn.
Hoe voorkomt u dit?
Bewaar centraal: statuten, aandeelhoudersregister, managementovereenkomst, leningsovereenkomsten, FE-beschikkingen, loononderbouwing DGA, dividendbesluiten, deelnemingsstaat en verliesstaat.
23. EHB maandelijkse BV-check
Controleer iedere maand of ieder kwartaal minimaal: bank en kas per BV; openstaande belastingen; rekening-courant DGA; intercompany rekening-courant; leningen en rente; managementfee; btw-codering; loon DGA; debiteuren/crediteuren; dividendverplichtingen; deelnemingsmutaties.
Een korte periodieke controle voorkomt dat twaalf kleine verschillen aan het einde van het jaar één groot dossierprobleem worden.
24. EHB jaarafsluitingscheck
1. Sluit alle intercompany-posities spiegelbeeldig aan.
2. Controleer DGA-loon, rekening-courant en leningen.
3. Controleer dividendbesluiten en dividendbelasting.
4. Maak de deelnemingsmutatiestaat.
5. Actualiseer de verliesstaat.
6. Controleer btw-aftrek en eventuele fiscale eenheid.
7. Maak de commerciële-fiscale aansluiting.
8. Sluit VPB-aangifte, belastingpositie en jaarrekening op elkaar aan.
9. Controleer gebeurtenissen na balansdatum en voorgenomen dividend.
10. Werk het permanente dossier bij.
25. Praktijkvoorbeeld – één fout veroorzaakt vijf vervolgproblemen
Holding BV betaalt € 30.000 privé-uitgaven van de DGA. De bedragen worden gedurende het jaar alleen op rekening-courant geboekt. Er is geen analyse, rente of aflossingsafspraak.
Aan het einde van het jaar blijkt de rekening-courant structureel hoog. Dan moeten tegelijk de aard van de opnamen, zakelijkheid van de financiering, rente, mogelijke excessieflenenpositie en de juiste presentatie in de jaarrekening worden beoordeeld.
De les: een correcte kwalificatie bij de eerste boeking is goedkoper en betrouwbaarder dan achteraf repareren.
26. Wanneer moet u specialistisch advies inschakelen?
Schakel tijdig een fiscalist of jurist in bij onder meer: grote dividenduitkeringen, internationale aandeelhouders, emigratie/immigratie, verkoop van aandelen, complexe letteraandelen, toetreding/ontvoeging FE VPB, grote oude verliezen, herstructureringen, onzakelijke leningen of een dreigende betalingsproblematiek.
De administratie signaleert het risico; specialistisch advies bepaalt vervolgens de juiste juridische of fiscale route.
27. Samenvatting – tien kernlessen
1. Iedere BV houdt een eigen administratie.
2. Iedere geldstroom krijgt eerst een juridische kwalificatie.
3. Managementfees en leningen moeten zakelijk worden onderbouwd.
4. Het gebruikelijk loon is meer dan alleen het wettelijke minimumbedrag.
5. Rekening-courant is geen parkeerplaats voor structurele privéfinanciering.
6. Dividend vereist financiële en formele toetsing.
7. Deelnemingsresultaat en dividend mogen niet dubbel in het resultaat komen.
8. FE VPB en FE BTW veranderen de fiscale behandeling, niet de juridische werkelijkheid.
9. Intercompany-posities worden periodiek aangesloten, niet pas bij de jaarrekening.
10. Een goed permanent dossier voorkomt dat fiscale keuzes later onbewijsbaar worden.
28. EHB Slotgedachte
De meeste problemen in een BV-structuur ontstaan niet door ingewikkelde belastingwetgeving, maar doordat geldstromen te laat of verkeerd worden gekwalificeerd. Wie per BV boekt, onderlinge posities aansluit en besluiten documenteert, voorkomt een groot deel van de fiscale en administratieve herstelwerkzaamheden.
29. Volgende les
Les 21 – Welke BV-structuur past bij uw onderneming?
Daarin verschuiven we van controle naar ontwerp: één BV, Holding + Werk BV, meerdere werkmaatschappijen, vastgoed apart, risico's scheiden en bepalen wanneer extra BV's werkelijk toegevoegde waarde hebben.
30. Bronnen en actualiteitscontrole 2026
• Belastingdienst – gebruikelijkloonregeling 2026.
• Belastingdienst – geld lenen van uw BV en excessief lenen.
• Belastingdienst – rekening-courant DGA.
• Belastingdienst – inkomsten uit aanmerkelijk belang / box 2.
• Belastingdienst – deelnemingsvrijstelling.
• Belastingdienst – fiscale eenheid voor de btw en gevolgen daarvan.
Deze les is een controlesysteem. De exacte fiscale uitwerking blijft afhankelijk van de feiten, overeenkomsten, statuten en actuele wetgeving.
Disclaimer.
Algemene educatieve informatie, geen individueel fiscaal of juridisch advies. Beoordeel iedere BV-structuur op basis van actuele wetgeving en de concrete feiten.