EHB Academy • BV & Holding • Les 19
Fiscale eenheid
VPB en btw: voorwaarden, voordelen, risico's, aansprakelijkheid en administratieve gevolgen
Niveau:
Verdieping
Leestijd:
± 50 minuten
Versie:
2026
Praktijkdoel.
Na deze les kunt u de fiscale eenheid VPB en de fiscale eenheid BTW afzonderlijk beoordelen en de gevolgen correct verwerken in de administratie en aangiften.
1. Wat leert u in deze les?
Een fiscale eenheid kan binnen een BV-structuur veel invloed hebben op de belastingheffing, maar 'fiscale eenheid' betekent bij de vennootschapsbelasting iets anders dan bij de omzetbelasting.
Na deze les kunt u beide regelingen uit elkaar houden, de belangrijkste voorwaarden herkennen, de gevolgen voor aangiften en onderlinge transacties uitleggen en beoordelen welke administratieve aandachtspunten ontstaan.
2. Twee verschillende fiscale eenheden
Er bestaan voor deze les twee hoofdvarianten:
• fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (FE VPB);
• fiscale eenheid voor de omzetbelasting (FE BTW).
Een groep kan voor de VPB wel een fiscale eenheid vormen en voor de btw niet, of andersom. De voorwaarden, gevolgen en risico's moeten daarom afzonderlijk worden beoordeeld.
3. Fiscale eenheid VPB – het uitgangspunt
Op gezamenlijk verzoek kan de Belastingdienst een moedermaatschappij en één of meer dochtermaatschappijen aanmerken als fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.
De resultaten van de gevoegde dochtermaatschappijen worden voor de VPB toegerekend aan de moedermaatschappij. De dochtermaatschappijen blijven juridisch bestaan, maar zijn gedurende de fiscale eenheid niet zelfstandig aangifteplichtig voor de VPB.
4. De 95%-voorwaarden voor de VPB
De moedermaatschappij moet in beginsel minimaal 95% van de aandelen in de dochter bezitten. Daarnaast moet zij recht hebben op minimaal 95% van de winst en minimaal 95% van het vermogen én minimaal 95% van de stemrechten hebben.
De moeder en dochter moeten daarnaast onder meer dezelfde boekjaren en winstbepalingen hanteren en feitelijk in Nederland zijn gevestigd. Ook gelden eisen aan de rechtsvorm.
5. De fiscale eenheid VPB ontstaat niet automatisch
Voor de VPB is een verzoek nodig. Voldoen twee BV's economisch aan de voorwaarden, dan betekent dat dus nog niet dat zij automatisch één VPB-aangifte doen.
Leg de ingangsdatum en de beschikking in het permanente dossier vast. Bij wijzigingen in aandelenverhoudingen, boekjaar of structuur moet opnieuw worden beoordeeld of de fiscale eenheid kan blijven bestaan.
6. Belangrijk gevolg: één VPB-resultaat
Binnen de fiscale eenheid worden de fiscale resultaten van de gevoegde maatschappijen samengebracht bij de moedermaatschappij.
Een belangrijk praktisch voordeel is dat een verlies van de ene gevoegde maatschappij onder voorwaarden direct kan worden verrekend met winst van een andere maatschappij binnen dezelfde fiscale eenheid.
7. Voorbeeld winst en verlies binnen de FE VPB
Holding BV en Werk BV vormen het hele jaar een fiscale eenheid VPB. Werk BV behaalt fiscaal € 180.000 winst en Holding BV heeft € 30.000 fiscaal verlies.
Vereenvoudigd geconsolideerd fiscaal resultaat: € 180.000 - € 30.000 = € 150.000.
Zonder fiscale eenheid zou iedere BV haar eigen fiscale positie hebben en zou het verlies van Holding BV niet automatisch in hetzelfde jaar met de winst van Werk BV kunnen worden verrekend.
8. Intercompany-transacties binnen de FE VPB
Voor de commerciële administraties blijven onderlinge managementfees, rente, rekening-courantverhoudingen en andere transacties gewoon bestaan en moeten zij correct en spiegelbeeldig worden geboekt.
Voor de fiscale winst van de fiscale eenheid worden onderlinge resultaten in beginsel niet behandeld alsof zij met een externe partij zijn gerealiseerd. Dat betekent echter niet dat u de onderlinge boekingen uit de administraties mag weglaten.
9. Administraties blijven afzonderlijk
Een fiscale eenheid VPB maakt van Holding BV en Werk BV civielrechtelijk geen één onderneming. Iedere BV behoudt haar eigen bankrekening, overeenkomsten, schuldeisers, eigen vermogen en jaarrekeningverplichtingen.
Daarom blijft een afzonderlijke, sluitende administratie per BV noodzakelijk. De fiscale eenheid komt daar als fiscale consolidatielaag bovenop.
10. VPB-aangifte en fiscale consolidatie
De moedermaatschappij doet de VPB-aangifte voor de fiscale eenheid. Voor een goede aangifte hebt u per maatschappij nog steeds een fiscale winstberekening nodig, gevolgd door de verwerking van fiscale-eenheidsposten en eliminaties.
Een praktische werkwijze is daarom: commerciële cijfers per BV → fiscale correcties per BV → onderlinge aansluitingen → fiscale consolidatie → aangifte fiscale eenheid.
11. VPB-tarief 2026
Voor 2026 bedraagt het VPB-tarief 19% over het belastbare bedrag tot en met € 200.000 en 25,8% over het meerdere.
Bij een fiscale eenheid wordt het belastbare bedrag op het niveau van de fiscale eenheid bepaald. Dat kan in concrete situaties een andere uitkomst geven dan afzonderlijke belastingplicht, zodat de fiscale eenheid niet uitsluitend op verliesverrekening moet worden beoordeeld.
12. Verliezen vragen extra aandacht
Verliesverrekening binnen en rond een fiscale eenheid kent specifieke regels. Vooral verliezen van vóór voeging, verliezen tijdens de fiscale eenheid en verliezen na ontvoeging moeten afzonderlijk worden gevolgd.
Gebruik daarom per maatschappij een verliesstaat waarin oorsprong, jaar, voegingsstatus en benutting worden vastgelegd. Behandel oude verliezen niet automatisch als vrij verrekenbaar met iedere winst binnen de groep.
13. Toetreden en ontvoegen
Bij toetreding tot of beëindiging van een fiscale eenheid kunnen bijzondere fiscale gevolgen ontstaan. Denk aan vermogensbestanddelen die eerder binnen de fiscale eenheid zijn overgedragen, nog niet gerealiseerde resultaten en verliesposities.
Een herstructurering, aandelenverkoop of toetreding van een nieuwe aandeelhouder is daarom een moment waarop de fiscale-eenheidspositie vooraf moet worden doorgerekend.
14. Fiscale eenheid VPB is geen standaardkeuze
Voordelen kunnen zijn: directe verrekening van winst en verlies en een gecentraliseerde VPB-aangifte. Daartegenover staan complexiteit bij toetreding en ontvoeging, specifieke verliesregels en mogelijke gevolgen van interne transacties.
De juiste keuze hangt af van de structuur, winstverwachtingen, verliesposities, toekomstige verkoopplannen en interne vermogensverschuivingen.
15. Fiscale eenheid BTW – het uitgangspunt
Voor de btw vormen ondernemers een fiscale eenheid wanneer zij voldoende financieel, organisatorisch en economisch met elkaar verweven zijn en aan de overige voorwaarden voldoen.
De fiscale eenheid wordt voor de btw als één ondernemer behandeld. Dit is wezenlijk anders dan de fiscale eenheid VPB.
16. Financiële verwevenheid
Bij vennootschappen met aandelen is in ieder geval sprake van financiële verwevenheid wanneer meer dan 50% van de aandelen, inclusief de zeggenschap daarover, direct of indirect in dezelfde handen is.
Let op het verschil met de VPB: voor de FE BTW gaat het dus niet om de 95%-eis van de VPB.
17. Organisatorische verwevenheid
Ondernemingen zijn organisatorisch verweven wanneer zij onder één overkoepelende leiding staan die als eenheid functioneert.
In een holdingstructuur kan dit bijvoorbeeld blijken uit dezelfde feitelijke leiding, gezamenlijke besluitvorming en centrale aansturing. De feitelijke situatie is bepalend.
18. Economische verwevenheid
Ook economische verwevenheid is vereist. De activiteiten moeten economisch voldoende met elkaar samenhangen.
Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer ondernemingen in hoofdzaak hetzelfde economische doel dienen, voor dezelfde klantenkring werken of wanneer activiteiten van het ene onderdeel in belangrijke mate ten behoeve van andere onderdelen worden verricht. De beoordeling blijft feitelijk.
19. Vestiging in Nederland
Voor deelname aan een Nederlandse fiscale eenheid BTW geldt als uitgangspunt dat de betrokken ondernemers in Nederland zijn gevestigd. Voor buitenlandse hoofdhuizen en vaste inrichtingen gelden bijzondere regels.
Bij internationale structuren moet daarom apart worden beoordeeld welk Nederlands onderdeel daadwerkelijk tot de fiscale eenheid kan behoren.
20. Vaststelling van de FE BTW
De Belastingdienst kan op verzoek een beschikking afgeven waarin wordt vastgesteld dat sprake is van een fiscale eenheid BTW. De Belastingdienst kan dit ook zelf vaststellen.
Volgens de Belastingdienst kan onder voorwaarden ook zonder beschikking worden gehandeld alsof sprake is van een fiscale eenheid, mits daadwerkelijk aan de voorwaarden wordt voldaan. Voor rechtszekerheid is voorafgaande vaststelling doorgaans verstandig.
21. Groot praktisch gevolg: geen btw op interne prestaties
Goederenleveringen en diensten tussen onderdelen van dezelfde fiscale eenheid BTW zijn voor de btw geen belaste prestaties tussen afzonderlijke ondernemers.
Daarom wordt over zulke interne prestaties geen btw in rekening gebracht. Voor die onderlinge prestaties bestaat ook geen factureringsverplichting voor de btw.
22. Voorbeeld managementfee binnen FE BTW
Holding BV verricht managementdiensten aan Werk BV ter waarde van € 7.500 per maand. Beide BV's behoren tot dezelfde fiscale eenheid BTW.
De Holding brengt over deze interne managementdienst geen 21% btw in rekening. In de financiële administraties kan de managementfee nog steeds als onderlinge opbrengst en kostenpost worden verwerkt, maar zonder btw-component.
Dit onderscheid is belangrijk: de fiscale eenheid BTW elimineert de btw op de interne prestatie, niet de noodzaak van een correcte intercompany-administratie.
23. Waarom dit belangrijk kan zijn bij vrijgestelde omzet
Een fiscale eenheid BTW kan bijzonder relevant zijn wanneer één groepsmaatschappij btw-vrijgestelde prestaties verricht en daardoor geen of slechts beperkt recht op aftrek van voorbelasting heeft.
Zonder fiscale eenheid kan btw op een management- of administratiedienst van een groepsmaatschappij dan een kostenpost vormen. Binnen een fiscale eenheid is over de interne prestatie geen btw verschuldigd.
Daar staat tegenover dat de aftrek van voorbelasting van de fiscale eenheid als geheel moet worden beoordeeld in relatie tot belaste en vrijgestelde prestaties.
24. Eén omzetbelastingnummer voor de aangifte
De fiscale eenheid krijgt een omzetbelastingnummer waarmee gezamenlijk btw-aangifte kan worden gedaan. Op verzoek kunnen onderdelen volgens de Belastingdienst ook afzonderlijk aangifte blijven doen met subnummers van het omzetbelastingnummer van de fiscale eenheid.
De onderdelen behouden hun eigen btw-identificatienummer voor contacten met klanten en leveranciers en voor relevante buitenlandse transacties.
25. Hoofdelijke aansprakelijkheid voor btw
Alle onderdelen van de fiscale eenheid BTW zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schuld van de fiscale eenheid.
Dat risico is praktisch belangrijk: een financieel gezonde Holding kan daardoor worden aangesproken voor btw-schulden die zijn ontstaan door een ander onderdeel van de fiscale eenheid.
26. Einde van de FE BTW tijdig melden
Wanneer niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan, of wanneer de samenstelling wijzigt, moet dit bij het belastingkantoor worden gemeld.
De Belastingdienst vermeldt expliciet dat de hoofdelijke aansprakelijkheid voor toekomstige tijdvakken pas ophoudt wanneer de melding van beëindiging is ontvangen. Voor eerdere tijdvakken blijft aansprakelijkheid bestaan.
27. FE BTW en buitenlandse transacties
Bij buitenlandse transacties blijft het eigen btw-identificatienummer van het betreffende onderdeel belangrijk. Gebruik dus niet automatisch het nummer van de fiscale eenheid op iedere externe factuur.
Ook voor ICP-opgaven gelden specifieke regels. Zorg daarom dat de administratie per onderdeel zichtbaar houdt welke BV de buitenlandse levering of dienst daadwerkelijk verricht.
28. VPB-eenheid en BTW-eenheid naast elkaar
Een groep kan beide fiscale eenheden tegelijk hebben, maar de kring van deelnemers hoeft niet gelijk te zijn.
Maak daarom in het permanente dossier twee aparte structuurschema's: één voor FE VPB en één voor FE BTW. Noteer per BV ingangsdatum, beschikking, aangiftenummer en eventuele einddatum.
29. Voorbeeld Holding + twee Werk BV's
Holding BV bezit 100% van Werk BV A en Werk BV B. Voor de VPB is op verzoek een fiscale eenheid gevormd. Voor de btw voldoen Holding, A en B ook aan de financiële, organisatorische en economische verwevenheid.
VPB: de fiscale resultaten worden bij de moeder samengebracht en één VPB-aangifte wordt gedaan.
BTW: interne managementdiensten tussen de onderdelen worden zonder btw verwerkt; externe omzet blijft volgens de normale btw-regels in de aangifte van de fiscale eenheid komen.
Administratie: alle drie BV's houden afzonderlijke grootboeken, banken, debiteuren, crediteuren en intercompany-posities.
30. Aansluitingen die iedere maand moeten kloppen
Controleer per maand of kwartaal minimaal:
• rekening-courant Holding ↔ Werk BV;
• managementfee opbrengst ↔ managementfee kosten;
• intercompany rentevordering ↔ renteschuld;
• interne doorbelastingen;
• btw-codering van interne en externe prestaties;
• fiscale-eenheidssaldi en betaalde aanslagen;
• eventuele verlies- en deelnemingsstaten.
31. Veelgemaakte fouten
• De 95%-voorwaarde van de VPB verwarren met de >50%-maatstaf voor financiële verwevenheid bij de btw.
• Denken dat een FE VPB automatisch ontstaat.
• Denken dat een FE BTW altijd pas vanaf een beschikking kan bestaan.
• Intercompany-boekingen uit de afzonderlijke administraties verwijderen.
• Binnen een FE BTW toch btw berekenen over interne managementdiensten.
• Vergeten dat vrijgestelde externe omzet invloed kan hebben op de aftrek van voorbelasting.
• Oude verliezen zonder analyse verrekenen binnen de FE VPB.
• Een verkoop of herstructurering uitvoeren zonder de ontvoegingsgevolgen vooraf te beoordelen.
• Wijzigingen in de FE BTW niet tijdig melden.
32. EHB fiscale-eenheid-check
1. Teken de juridische structuur en eigendomspercentages.
2. Bepaal afzonderlijk of FE VPB en/of FE BTW aan de orde is.
3. Controleer voor VPB: aandelen, winst, vermogen, stemrecht, rechtsvorm, boekjaar en vestigingsplaats.
4. Controleer voor btw: financiële, organisatorische en economische verwevenheid en Nederlandse vestiging.
5. Leg beschikkingen en ingangsdata vast.
6. Inventariseer oude verliezen en interne transacties.
7. Richt intercompany-rekeningen spiegelbeeldig in.
8. Leg vast hoe btw op interne prestaties wordt behandeld.
9. Controleer maandelijks de onderlinge aansluitingen.
10. Herbeoordeel de fiscale eenheid vóór aandelenoverdracht, verkoop, nieuwe BV of herstructurering.
33. Samenvatting – tien kernlessen
1. FE VPB en FE BTW zijn twee verschillende regelingen.
2. FE VPB vereist in beginsel een verzoek en kent een 95%-bezitseis plus aanvullende voorwaarden.
3. Bij FE VPB worden fiscale resultaten toegerekend aan de moeder.
4. Verliezen kunnen binnen de eenheid voordelen bieden, maar verliesregels blijven complex.
5. Iedere BV behoudt haar eigen administratie en juridische identiteit.
6. FE BTW vereist financiële, organisatorische en economische verwevenheid.
7. Interne prestaties binnen FE BTW worden zonder btw behandeld.
8. Onderdelen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schuld van de fiscale eenheid.
9. De deelnemerskring voor VPB en btw hoeft niet gelijk te zijn.
10. Een fiscale eenheid moet periodiek opnieuw worden beoordeeld, vooral bij structuurwijzigingen.
34. EHB Slotgedachte
Een fiscale eenheid vereenvoudigt bepaalde belastingstromen, maar maakt de onderliggende BV-structuur niet eenvoudiger. Juist omdat de fiscale grenzen anders kunnen lopen dan de juridische grenzen, moet de administratie per vennootschap zuiver blijven en moet de fiscale consolidatie daar gecontroleerd bovenop worden gebouwd.
35. Volgende les
Les 20 – Veelgemaakte fouten binnen een BV-structuur.
Daarin brengen we de belangrijkste fouten uit de eerdere lessen samen: DGA-loon, rekening-courant, managementfee, deelneming, dividend, intercompany, btw, fiscale eenheden en administratieve aansluitingen.
36. Bronnen en actualiteitscontrole 2026
• Belastingdienst – Fiscale eenheid vennootschapsbelasting.
• Belastingdienst – Fiscale eenheid voor de btw.
• Belastingdienst – Voorwaarden fiscale eenheid voor de btw.
• Belastingdienst – Gevolgen fiscale eenheid voor de btw.
• Belastingdienst – Btw-identificatienummer en omzetbelastingnummer bij fiscale eenheden.
• Belastingdienst – Tarieven vennootschapsbelasting 2026.
Bij toetreding, ontvoeging, verliesverrekening, herstructurering of internationale situaties is een afzonderlijke fiscale beoordeling noodzakelijk.
Disclaimer.
Deze les bevat algemene educatieve informatie en is geen individueel fiscaal of juridisch advies. De fiscale eenheid kent uitzonderingen en antimisbruik-, verlies- en ontvoegingsregels die per structuur afzonderlijk moeten worden beoordeeld.