EHB Academy • BV & Holding • Les 15
Geld uit de Holding naar privé
Salaris, dividend, rekening-courant, lenen en kapitaal terugbetalen zonder de geldstromen door elkaar te halen
Niveau: Verdieping
Leestijd: ± 40 minuten
Versie: 2026
1. Wat leert u in deze les?
Na de verkoop van een werkmaatschappij kan een aanzienlijk bedrag in de Holding BV beschikbaar zijn. In Les 14 zagen we dat de verkoopopbrengst bij een aandelenverkoop in de Holding terechtkomt. Dat betekent nog niet dat de DGA dat geld privé kan besteden.
Deze les gaat over de volgende stap: hoe kan vermogen op een fiscaal en administratief correcte manier vanuit de Holding BV naar privé gaan? We behandelen salaris, dividend, rekening-courant, een echte lening, terugbetaling van kapitaal en de keuze om geld juist in de Holding te laten.
Als doorlopend voorbeeld gebruiken we Holding BV met €500.000 liquide middelen na verkoop van Werk BV. De DGA wil weten hoeveel hij privé nodig heeft, welke route daarbij past en welke belastingen en boekingen horen bij de gekozen route.
2. Holdingvermogen is niet hetzelfde als privévermogen
Een BV is een zelfstandige rechtspersoon. Geld op de bankrekening van Holding BV behoort daarom aan de BV en niet rechtstreeks aan de DGA. Ook als de DGA 100% aandeelhouder en bestuurder is, moet iedere geldstroom naar privé een juridische en fiscale grondslag hebben.
Privébetalingen rechtstreeks vanaf de zakelijke bankrekening zonder duidelijke kwalificatie veroorzaken administratieve risico's. Een betaling moet bijvoorbeeld loon, dividend, terugbetaling van een schuld, een zakelijke lening of een geldige kapitaalterugbetaling zijn.
De eerste controlevraag is daarom steeds: waarom krijgt de aandeelhouder dit bedrag?
3. De vijf hoofdroutes
Voor deze les onderscheiden we vijf hoofdroutes. Ten eerste salaris of een andere loonbetaling. Ten tweede dividend. Ten derde opname via rekening-courant voor kleine, kortlopende wederzijdse bedragen. Ten vierde een afzonderlijke zakelijke lening van de BV aan de DGA. Ten vijfde een formele terugbetaling van fiscaal erkend gestort kapitaal wanneer daarvoor daadwerkelijk ruimte en een juiste juridische vorm bestaat.
Daarnaast bestaat altijd een zesde praktische keuze: niets uitkeren en het vermogen voorlopig in de Holding laten. Dat kan juist na een bedrijfsverkoop een bewuste vermogensstrategie zijn.
4. Salaris: geld naar privé via box 1
Ontvangt de DGA loon uit de BV, dan is dat loon geen box-2-voordeel. Het wordt als loon uit dienstbetrekking in box 1 verwerkt. De BV verwerkt het brutoloon en de werkgeverslasten in de loonadministratie en draagt de verschuldigde loonheffingen af.
Voor een DGA die werkzaamheden verricht voor zijn vennootschap moet daarnaast de gebruikelijkloonregeling worden beoordeeld. Het bedrag dat als gebruikelijk loon geldt, is een afzonderlijk fiscaal vraagstuk en mag niet simpelweg worden vervangen door dividend omdat dividend aantrekkelijker lijkt.
De keuze 'salaris of dividend' begint dus niet bij het laagste tarief, maar bij de vraag welk salaris fiscaal minimaal verdedigbaar en zakelijk passend is.
5. Vereenvoudigde salarisboeking
Stel dat Holding BV een bruto maandloon van €5.000 verwerkt. De precieze loonheffing en nettobetaling hangen af van de loonstaat en persoonlijke omstandigheden. Administratief loopt de betaling via de loonadministratie.
Een vereenvoudigde boekingsgedachte is: brutoloon en werkgeverslasten komen als kosten in de BV; de netto loonbetaling gaat naar de DGA; ingehouden loonheffing en overige loonverplichtingen worden als schuld geboekt totdat zij worden afgedragen.
Gebruik voor de feitelijke journaalpost altijd de loonjournaalpost uit de salarisadministratie. Zo sluiten grootboek, loonstaat en aangifte loonheffingen op elkaar aan.
6. Dividend: winstvermogen uitkeren aan de aandeelhouder
Dividend is een winstuitkering aan de aandeelhouder. Voor een DGA met een aanmerkelijk belang behoort het bruto dividend in beginsel tot box 2. In 2026 geldt 24,5% over het belastbare box-2-inkomen tot €68.843 en 31% over het meerdere.
De BV moet bij een gewone dividenduitkering aan een in Nederland wonende particuliere aandeelhouder in beginsel 15% dividendbelasting inhouden. Die dividendbelasting is voor de DGA een voorheffing en kan in de aangifte inkomstenbelasting worden verrekend met de uiteindelijke box-2-heffing.
De 15% dividendbelasting is dus niet de volledige belastingdruk van de DGA. Het is een vooruitbetaling op de inkomstenbelasting in box 2.
7. Voorbeeld: €100.000 bruto dividend
Stel dat Holding BV €100.000 bruto dividend uitkeert aan de DGA en dat de DGA in 2026 geen ander box-2-inkomen heeft. De eerste €68.843 valt tegen 24,5%; het restant van €31.157 valt tegen 31%.
De berekende box-2-heffing bedraagt afgerond €26.525. Holding BV houdt bij uitbetaling €15.000 dividendbelasting in. De DGA ontvangt daardoor aanvankelijk €85.000 netto van de BV. In de inkomstenbelasting wordt de €15.000 voorheffing verrekend, zodat in dit vereenvoudigde voorbeeld nog circa €11.525 box-2-belasting resteert.
Na de totale box-2-heffing resteert economisch ongeveer €73.475 van het bruto dividend. Dit voorbeeld abstraheert van andere box-2-voordelen, verliezen en persoonlijke fiscale bijzonderheden.
8. De boekingsketen van dividend
Bij dividend moeten besluitvorming, schuld aan de aandeelhouder, dividendbelasting en betaling uit elkaar worden gehouden. De exacte boeking hangt af van de administratie-inrichting, maar de keten moet controleerbaar blijven.
Dividendbesluit Holding BV
Debet Overige reserves €100.000
Credit Te betalen dividend €100.000
Bij betaling, vereenvoudigd:
Debet Te betalen dividend €100.000
Credit Bank €85.000
Credit Te betalen dividendbelasting €15.000
Belangrijk is dat dividend geen kostenpost in de winst-en-verliesrekening is. Het is een vermogensuitkering uit het eigen vermogen.
9. Eerst beoordelen of dividend juridisch kan
Een winstreserve op de balans betekent niet automatisch dat ieder gewenst bedrag direct kan worden uitgekeerd. Bij een BV moet de vennootschapsrechtelijke besluitvorming worden gevolgd en het bestuur moet beoordelen of de BV na de uitkering haar opeisbare schulden kan blijven betalen.
Daarom hoort bij een dividenddossier niet alleen een fiscale berekening, maar ook een actuele balans, liquiditeitsprognose, aandeelhoudersbesluit en bestuursgoedkeuring. Bij twijfel over continuïteit of bestaande verplichtingen is extra terughoudendheid nodig.
Een verkoopopbrengst van €500.000 op de bank kan dus niet zonder meer volledig als dividend worden uitgekeerd als de Holding nog belasting-, lening-, garantie- of andere verplichtingen heeft.
10. Rekening-courant: alleen voor beperkte, wisselende bedragen
Een rekening-courantverhouding is bedoeld voor over en weer geboekte bedragen die gedurende het jaar ontstaan en weer worden verrekend. Denk aan een zakelijke betaling die de DGA privé heeft voorgeschoten of een kleine privé-opname die kort daarna wordt terugbetaald.
Een structurele privéfinanciering van bijvoorbeeld €150.000 hoort niet ongemerkt jarenlang in rekening-courant te blijven staan. Dan moet worden beoordeeld of feitelijk sprake is van een lening en moeten zakelijke voorwaarden worden vastgelegd.
De administratie moet voorkomen dat privé-opnamen zich ongemerkt opstapelen tot een grote aandeelhoudersschuld.
11. Lenen van de Holding BV
De DGA kan geld lenen van zijn BV. Dat is niet automatisch dividend, maar de lening moet zakelijk zijn. De Belastingdienst kijkt onder meer naar een schriftelijke overeenkomst, terugbetalingsafspraken, zekerheden, een zakelijke rente, de terugbetalingscapaciteit en de vraag of de BV dezelfde lening onder vergelijkbare omstandigheden ook aan een derde zou verstrekken.
Ook moet Holding BV na verstrekking van de lening aan haar eigen verplichtingen kunnen blijven voldoen. Een lening die alle liquiditeit uit de BV trekt terwijl toekomstige verplichtingen bekend zijn, kan daarom problematisch zijn.
Zakelijkheid is geen eenmalige toets. De DGA moet zich vervolgens ook daadwerkelijk houden aan rente- en aflossingsafspraken.
12. Voorbeeld: zakelijke lening van €150.000
Stel dat Holding BV €150.000 aan de DGA uitleent. Partijen sluiten vooraf een schriftelijke leningsovereenkomst met looptijd, aflossingsschema, rente en passende zekerheden. Voor dit onderwijsvoorbeeld nemen we een veronderstelde zakelijke rente van 5% per jaar; dit percentage is geen algemeen fiscaal voorgeschreven tarief.
Holding BV bij verstrekking lening
Debet Lening u/g DGA €150.000
Credit Bank €150.000
Jaarlijkse rente bij verondersteld 5%:
Debet Te ontvangen rente €7.500
Credit Rente-opbrengst €7.500
Bij verstrekking boekt Holding BV: debet lening u/g DGA €150.000 en credit bank €150.000. Er ontstaat geen loon- of dividendkostenpost. De BV heeft een vordering op de DGA.
Bij 5% rente bedraagt de jaarlijkse rente €7.500. Holding BV verwerkt die rente als opbrengst. De fiscale verwerking bij de DGA hangt af van het doel waarvoor hij het geleende geld gebruikt; een schuld kan bijvoorbeeld in box 3 vallen of, onder voorwaarden, tot de eigenwoningschuld in box 1 behoren.
13. Excessief lenen: de grens van €500.000
Voor de regeling excessief lenen wordt op 31 december gekeken naar relevante schulden van de DGA en zijn fiscale partner aan de eigen vennootschap(pen). Voor 2026 is het grensbedrag €500.000. Het meerdere kan als fictief regulier voordeel in box 2 worden belast.
Schulden bij meerdere eigen BV's worden voor deze toets bij elkaar opgeteld. Eigenwoningschulden kunnen buiten de regeling blijven als aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, waaronder in bepaalde gevallen een hypotheekrecht ten gunste van de BV.
Belangrijk: als een deel wegens excessief lenen in box 2 wordt belast, verdwijnt de civielrechtelijke lening niet. De lening blijft bestaan en zakelijke rente en overige voorwaarden blijven van toepassing.
14. Voorbeeld excessief lenen
Stel dat de DGA en fiscale partner op 31 december 2026 samen €650.000 relevante schulden aan eigen BV's hebben en dat geen bijzondere verhoging van de drempel uit eerdere jaren speelt. Dan ligt €150.000 boven de reguliere grens van €500.000.
Dat bovenmatige deel kan in 2026 als fictief regulier voordeel in box 2 worden belast. Dit is dus iets anders dan dividend uitkeren: er is box-2-heffing, maar de schuld van €650.000 blijft juridisch bestaan.
Daarom is 'lenen om box 2 te vermijden' geen onbeperkte strategie. Naast de grens van de regeling moet iedere lening op zichzelf zakelijk blijven.
15. Geld lenen of dividend uitkeren?
Een lening en dividend hebben een totaal verschillend karakter. Dividend verlaagt definitief het eigen vermogen van de BV en leidt bij de DGA tot box-2-inkomen. Een echte lening creëert een terugbetalingsverplichting van de DGA aan de BV en levert de BV rente-inkomsten op.
De juiste keuze hangt af van het doel van de opname, de duur, de terugbetalingscapaciteit, de liquiditeitsbehoefte van de BV, het totale schuldniveau, de privébelastingpositie en de vermogensplanning.
Als vooraf al duidelijk is dat terugbetaling niet realistisch is, moet men zeer kritisch zijn op het label 'lening'. Een boeking op rekening-courant verandert een feitelijke uitdeling niet vanzelf in zakelijke financiering.
16. Terugbetaling van gestort kapitaal
Naast loon, dividend en lenen kan in specifieke situaties fiscaal erkend gestort aandelenkapitaal worden terugbetaald. Dit is specialistischer dan een gewone dividenduitkering. De fiscale behandeling hangt onder meer af van het aanwezige erkende kapitaal, de zuivere winst en de gevolgde formele stappen.
Bij terugbetaling van nominaal kapitaal kunnen onder meer een voorafgaand aandeelhoudersbesluit en een statutenwijziging met vermindering van de nominale waarde relevant zijn om heffing van dividendbelasting te voorkomen. Bij agio gelden eveneens eigen aandachtspunten.
Behandel een kapitaalterugbetaling daarom nooit als een gewone bankboeking 'agio aan bank'. Eerst moet de fiscale oorsprong van het kapitaal en de juridisch juiste route worden vastgesteld.
17. Geld in de Holding laten is óók een keuze
De DGA hoeft na verkoop van de onderneming niet onmiddellijk privé af te rekenen over het volledige vermogen in de Holding. Vermogen kan binnen Holding BV beschikbaar blijven voor beleggingen, vastgoed, een nieuwe onderneming, zakelijke leningen of een liquiditeitsbuffer.
Dat uitstel is geen belastingvrijstelling voor toekomstige privé-uitkeringen. Als later dividend naar privé wordt uitgekeerd, komt box 2 op dat moment opnieuw in beeld volgens de dan geldende regels.
Het voordeel van de Holding zit daarom mede in keuzevrijheid en timing: niet al het vermogen hoeft op hetzelfde moment naar privé.
18. Voorbeeld: een privé-opnameplan na verkoop
Na de verkoop beschikt Holding BV over €500.000 liquide middelen. De DGA heeft voor de komende twee jaar €80.000 extra privé nodig en wil daarnaast €100.000 beschikbaar hebben voor een woningverbouwing.
Een mogelijk adviesproces is dan: eerst vaststellen hoeveel liquiditeit Holding BV zelf moet behouden; vervolgens het gebruikelijk loon en reguliere privé-inkomen beoordelen; daarna bepalen of een dividend passend is; en alleen voor een werkelijk terug te betalen financieringsbehoefte onderzoeken of een zakelijke lening verantwoord is.
Het doel is niet om één fiscaal trucje te kiezen, maar om iedere euro een juiste functie te geven.
19. Combineren kan verstandiger zijn dan één route
In de praktijk kan een combinatie passen. Bijvoorbeeld: regulier DGA-loon voor de werkzaamheden, een jaarlijks dividend dat aansluit bij de privébehoefte en box-2-planning, en daarnaast een zakelijke lening voor een concreet tijdelijk financieringsdoel.
Zo'n combinatie moet wel vanuit de feiten verdedigbaar zijn. Een lening wordt niet zakelijk doordat daarnaast ook dividend wordt uitgekeerd. Evenmin mag dividend worden gebruikt om een te laag gebruikelijk loon te maskeren.
Maak daarom per geldstroom een afzonderlijk dossier: grondslag, besluit, overeenkomst, fiscale verwerking en boeking.
20. De rol van de fiscale partner
Bij box 2 en excessief lenen kan de fiscale partner relevant zijn. Voor de regeling excessief lenen worden schulden van de DGA en fiscale partner gezamenlijk beoordeeld. Ook bij de aangifte inkomstenbelasting moet het totale aanmerkelijkbelanginkomen in de juiste persoonlijke context worden verwerkt.
Bij grotere dividendbesluiten hoort daarom niet alleen de BV-administratie op tafel, maar ook de privéfiscale positie. Denk aan ander box-2-inkomen, verrekenbare box-2-verliezen, buitenlandse aspecten en de verwachte privéliquiditeit.
Een optimaal BV-besluit kan zonder die privégegevens een onvolledig advies opleveren.
21. Dividendbelasting: voorheffing, geen extra derde belasting
Bij een regulier dividend aan de DGA houdt de BV in beginsel 15% dividendbelasting in. De DGA geeft het bruto dividend aan in box 2 en verrekent de Nederlandse dividendbelasting als voorheffing.
Een veelgemaakte denkfout is om 15% dividendbelasting simpelweg op te tellen bij 24,5% of 31% box-2-heffing. Dat is onjuist. De ingehouden dividendbelasting wordt juist verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting over het dividend.
Voor liquiditeitsplanning is het verschil wel belangrijk: een deel wordt direct door de BV afgedragen en een eventueel restant volgt via de inkomstenbelasting.
22. Jaarplanning kan box 2 beïnvloeden
Omdat box 2 in 2026 twee tarieven kent, kan het moment en de omvang van dividend invloed hebben op de belastingdruk. Een groot dividend in één jaar kan voor een groter deel in de tweede schijf vallen dan een beperkter dividend.
Dat betekent niet dat spreiden altijd voordeliger is. Tarieven kunnen wijzigen, privébehoeften kunnen zwaarder wegen en er kunnen andere box-2-voordelen of verliezen zijn. Een dividendplanning moet daarom jaarlijks opnieuw worden doorgerekend.
Gebruik actuele tarieven en maak geen meerjarenadvies alsof toekomstige wetgeving al vaststaat.
23. Wat gebeurt er met geld dat eenmaal privé is?
Na een definitieve dividenduitkering of nettoloonbetaling behoort het geld tot het privévermogen van de DGA. Vanaf dat moment gelden de regels die horen bij de privébestemming. Spaargeld en beleggingen kunnen bijvoorbeeld relevant worden voor box 3; een eigen woning en eigenwoningschuld kunnen in box 1 vallen.
Dit maakt de keuze 'in Holding laten of naar privé halen' breder dan alleen box 2. Ook verwacht rendement, risico, vermogensbescherming, financieringsbehoefte en privévermogensheffing kunnen een rol spelen.
De EHB-analyse stopt daarom niet bij de bankboeking van Holding naar privé.
24. Administratieve controle vóór iedere uitbetaling
Controleer vóór een grotere betaling aan de DGA minimaal: wat is de juridische titel, is er voldoende vrije ruimte en liquiditeit, is besluitvorming nodig, welke belasting hoort erbij, is een overeenkomst vereist, hoe wordt de transactie geboekt en welke aangifte of melding volgt?
Bij dividend horen onder meer dividendbesluit, bestuursbeoordeling, dividendbelasting en box 2 in beeld. Bij loon hoort de loonadministratie. Bij een lening horen zakelijke voorwaarden en een leningsovereenkomst. Bij kapitaalterugbetaling hoort een specialistische juridische en fiscale toets.
Zonder deze documentatie kan een ogenschijnlijk eenvoudige overboeking jaren later lastig te reconstrueren zijn.
25. Veelgemaakte fouten
Veel voorkomende fouten zijn: privé-uitgaven rechtstreeks uit de Holding betalen zonder kwalificatie; een grote structurele schuld als rekening-courant blijven presenteren; dividendbelasting als eindheffing zien; 15% en box 2 bij elkaar optellen; een lening zonder aflossingscapaciteit toch zakelijk noemen; de grens voor excessief lenen als enige zakelijkheidstoets gebruiken; en na een bedrijfsverkoop alle beschikbare cash als uitkeerbare winst behandelen.
Ook komt het voor dat dividend als kostenpost wordt geboekt. Dat is onjuist: dividend is een mutatie van het eigen vermogen, geen bedrijfslast.
26. EHB Geld-uit-de-Holding-check
Voor een praktisch adviesdossier kan EHB de volgende volgorde gebruiken: 1) bepaal de privébehoefte; 2) bepaal de minimale liquiditeitsbuffer van Holding BV; 3) controleer loon en gebruikelijk loon; 4) bepaal beschikbare reserves en uitkeerbaarheid; 5) bereken box 2 bij dividend; 6) inventariseer alle schulden aan eigen BV's; 7) toets eventuele lening op zakelijke voorwaarden; 8) controleer excessief lenen; 9) beoordeel of gestort kapitaal relevant is; 10) leg besluitvorming en boekingen vast.
Deze volgorde voorkomt dat de fiscale vorm wordt gekozen voordat duidelijk is wat de ondernemer feitelijk wil bereiken.
27. Samenvatting – tien kernlessen
1. Geld in Holding BV is niet automatisch privévermogen.
2. Iedere betaling aan de DGA moet een duidelijke juridische en fiscale grondslag hebben.
3. Salaris valt bij de DGA in box 1; dividend uit aanmerkelijk belang in box 2.
4. In 2026 bedraagt box 2 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven.
5. Dividendbelasting van 15% is in beginsel een verrekenbare voorheffing.
6. Dividend is een vermogensuitkering en geen kostenpost.
7. Een lening van de BV moet zakelijk zijn én zakelijk worden uitgevoerd.
8. Bovenmatige relevante schulden boven €500.000 kunnen onder de regeling excessief lenen in box 2 worden belast.
9. Een kapitaalterugbetaling vereist een afzonderlijke formele en fiscale beoordeling.
10. Geld in de Holding laten kan een bewuste keuze zijn; plan privé-opnamen vanuit behoefte, liquiditeit en fiscaliteit.
28. EHB Slotgedachte
De vraag 'hoe krijg ik het geld uit mijn Holding?' heeft geen standaardantwoord. Het gaat niet alleen om het laagste belastingpercentage, maar om de juiste combinatie van inkomen, vermogen, liquiditeit, terugbetalingscapaciteit en toekomstplannen.
Een goede holdingstructuur geeft de ondernemer juist de mogelijkheid om niet alles tegelijk te beslissen. Door geldstromen vooraf te kwalificeren en door te rekenen, blijft de structuur beheersbaar en voorkomt de DGA dat een privé-opname achteraf fiscaal anders wordt behandeld dan bedoeld.
29. Volgende les
Les 16 – Administratie van Holding en Werkmaatschappij. We brengen de dagelijkse administratie van de BV-structuur samen: bank, intercompany, deelneming, managementfee, rekening-courant, leningen, dividend en periodieke aansluitingen.
Bronnen en actualiteitscontrole 2026
Deze les is geschreven op basis van de regels en tarieven zoals gecontroleerd voor 2026. Fiscale wetgeving kan wijzigen. Controleer bij toepassing op een concrete cliënt altijd de actuele wet- en regelgeving en de volledige feiten.
Disclaimer: EHB Academy is educatief. De voorbeelden zijn vereenvoudigd en vormen geen individueel fiscaal, juridisch of beleggingsadvies.