EHB Academy • BV & Holding • Les 10
Vermogen opbouwen in de Holding
Van ontvangen winst naar een doelgerichte vermogensstrategie
Niveau: Verdieping
Leestijd: ± 35 minuten
Versie: 2026
1. Wat leert u in deze les?
In Les 09 zagen we hoe het resultaat van een werkmaatschappij in de holding kan worden verwerkt en hoe een latere dividenduitkering binnen die methodiek geen tweede opbrengst vormt. In deze les gaan we één stap verder: wat doet Holding BV vervolgens met het vermogen dat zij opbouwt?
Het doel van een holding is niet simpelweg 'geld parkeren'. Een goed ingerichte holding geeft de ondernemer de mogelijkheid om vermogen te reserveren, risico's te spreiden, nieuwe activiteiten te financieren en de timing van uitkeringen naar privé afzonderlijk te plannen.
2. Hoe komt vermogen in de holding terecht?
Vermogen kan op verschillende manieren in Holding BV ontstaan. De belangrijkste zijn: deelnemingsresultaten, dividendontvangsten uit dochtermaatschappijen, verkoopopbrengsten van deelnemingen, rente- of andere zakelijke opbrengsten en eventueel rechtstreeks door Holding BV behaalde resultaten.
Bij onze Academy-methodiek is het essentieel onderscheid te maken tussen resultaat en geldstroom. Het aandeel van Holding BV in het resultaat van Werk BV verhoogt eerst de boekwaarde van de deelneming. Een latere dividendbetaling verlaagt de deelneming en verhoogt de bank. Er ontstaat op dat moment dus geen tweede resultaat.
3. Het doorlopende voorbeeld uit Les 09
Holding BV heeft een deelneming in Werk BV met een beginboekwaarde van € 18.000. Werk BV behaalt € 100.000 resultaat dat volgens de gekozen waarderingsmethodiek aan Holding BV wordt toegerekend.
Holding BV boekt:
Debet Deelneming Werk BV € 100.000
Credit Resultaat deelneming € 100.000
De boekwaarde wordt daarmee € 118.000. Als Werk BV vervolgens € 60.000 dividend uitbetaalt, boekt Holding BV:
Debet Bank € 60.000
Credit Deelneming Werk BV € 60.000
Na het dividend bedraagt de boekwaarde van de deelneming € 58.000 en beschikt Holding BV over € 60.000 extra liquide middelen. Dit is het vertrekpunt van deze les.
4. Geld in de holding is nog steeds ondernemingsvermogen
Zolang het vermogen in Holding BV blijft, is het vermogen van de vennootschap. Het is niet vrij beschikbaar privévermogen van de DGA.
Wil de DGA geld naar privé brengen, dan moet daarvoor een juridisch en fiscaal passende route worden gekozen, bijvoorbeeld salaris, dividend of een zakelijke lening. Iedere route heeft eigen voorwaarden en fiscale gevolgen.
5. Waarom vermogen uit de werkmaatschappij halen?
Een werkmaatschappij draagt doorgaans het operationele ondernemingsrisico: klanten, personeel, contracten, garanties, claims en leveranciers. Daarom kan het verstandig zijn om overtollige liquiditeit periodiek naar de holding te brengen, mits de werkmaatschappij daarna voldoende financieel gezond en liquide blijft.
Het doel is niet de werkmaatschappij 'leeg te trekken'. Zij moet voldoende werkkapitaal behouden voor belastingen, salarissen, crediteuren, investeringen, tegenvallers en financieringsverplichtingen.
6. Eerst bepalen hoeveel buffer Werk BV nodig heeft
Voordat dividend naar Holding BV wordt uitgekeerd, moet worden bepaald welk bedrag daadwerkelijk overtollig is. Een bruikbare analyse kijkt ten minste naar de actuele banksaldi, debiteuren en crediteuren, btw en loonheffingen, VPB-verplichtingen, salarissen, aflossingen, investeringsplannen en seizoensschommelingen.
Een winstgevende onderneming kan toch liquiditeitsproblemen hebben. Winst en cashflow zijn niet hetzelfde.
7. De holding als vermogensbuffer
Eenmaal in Holding BV kan vermogen als strategische reserve worden aangehouden. Zo'n buffer kan later worden gebruikt wanneer een werkmaatschappij tijdelijk extra financiering nodig heeft, een nieuwe onderneming wordt gestart of een zakelijke investering zich voordoet.
Daarmee krijgt de holding een treasuryfunctie op kleine schaal: zij bewaakt waar binnen de structuur geld beschikbaar is en waarvoor dat geld het beste kan worden ingezet.
8. Geld terugfinancieren aan Werk BV
Holding BV kan middelen onder zakelijke voorwaarden aan Werk BV uitlenen. Dan ontstaat in Holding BV een vordering en in Werk BV een schuld.
Voorbeeld: Holding BV leent € 40.000 aan Werk BV voor een machine.
Holding BV:
Debet Lening u/g Werk BV € 40.000
Credit Bank € 40.000
Werk BV:
Debet Bank € 40.000
Credit Lening o/g Holding BV € 40.000
Leg rente, looptijd, aflossing, eventuele zekerheden en overige voorwaarden schriftelijk vast. Intercompany-financiering moet zakelijk worden ingericht.
9. Investeren vanuit de holding
Holding BV kan vermogen gebruiken om nieuwe deelnemingen te verwerven, leningen te verstrekken of andere zakelijke beleggingen en investeringen te doen. Welke keuze passend is, hangt af van rendement, risico, liquiditeitsbehoefte en fiscale behandeling.
Een investering vanuit de holding is niet automatisch fiscaal vrijgesteld. De deelnemingsvrijstelling geldt alleen voor voordelen uit een kwalificerende deelneming. Rente, effectenopbrengsten, vastgoedresultaten en andere beleggingsopbrengsten kunnen anders worden belast.
10. Nieuwe onderneming starten vanuit de holding
Een veelgebruikte groeistrategie is dat Holding BV een nieuwe dochter opricht. De bestaande operationele onderneming hoeft dan niet alle nieuwe risico's te dragen.
Holding BV kan aandelenkapitaal storten of een zakelijke lening verstrekken. Daardoor kan vermogen dat eerder uit Werk BV naar Holding BV is gebracht opnieuw ondernemend worden ingezet zonder dat het eerst naar de DGA privé hoeft te worden uitgekeerd.
11. Vermogen beleggen in de holding
Niet al het overtollige vermogen hoeft op een bankrekening te blijven staan. Een holding kan binnen haar doelstelling bijvoorbeeld beleggen in effecten, deposito's, obligaties of andere vermogensbestanddelen.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen ondernemingsstrategie en fiscale behandeling. Gewone beleggingsresultaten vallen niet automatisch onder de deelnemingsvrijstelling. Ook liquiditeit en risicobereidheid zijn belangrijk: geld dat binnenkort nodig is voor belasting, investeringen of ondersteuning van een dochter hoort niet zonder meer in risicovolle beleggingen.
12. Vastgoed vanuit de holding?
Vastgoed kan vanuit een holding of vanuit een aparte vastgoed-BV worden gehouden. De juiste structuur hangt sterk af van het gebruik van het pand, financiering, btw, overdrachtsbelasting, risicospreiding en toekomstige verkoopplannen.
Daarom behandelen we vastgoed niet als een eenvoudige 'belegging van overtollige cash'. Bij grotere bedragen verdient een aparte vastgoedstructuur vaak een zelfstandige analyse. Dit onderwerp komt later in de Academy uitgebreider terug.
13. Lenen aan de DGA is geen vermogensopbouwstrategie zonder voorwaarden
Holding BV kan onder voorwaarden geld lenen aan haar aandeelhouder, maar de lening moet zakelijk zijn. De Belastingdienst kijkt onder meer naar een schriftelijke overeenkomst, terugbetalingsafspraken, rente, zekerheden, de terugbetalingscapaciteit en de vraag of de BV zelf aan haar verplichtingen kan blijven voldoen.
Bovendien geldt de regeling excessief lenen: boven de toepasselijke drempel kan het meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 worden belast. De lening blijft civielrechtelijk wel bestaan.
Gebruik een lening aan privé daarom niet als vanzelfsprekende vervanging voor salaris of dividend.
14. Dividend naar privé of vermogen in de holding laten?
De vraag is niet alleen hoeveel belasting een dividenduitkering vandaag kost. De ondernemer moet ook beoordelen wat het vermogen binnen de holding in de toekomst kan opleveren.
Geld dat in Holding BV blijft kan beschikbaar blijven voor investeringen en financiering. Geld dat als dividend naar privé wordt uitgekeerd, komt in beginsel in box 2 terecht. Daarna bevindt het vermogen zich in de privésfeer en gelden andere fiscale regels.
De optimale keuze hangt daarom samen met privébehoefte, ondernemingsplannen, rendement, risico en fiscale timing.
15. Vennootschapsbelasting over eigen resultaten van Holding BV
De deelnemingsvrijstelling betekent niet dat Holding BV zelf geen vennootschapsbelasting betaalt. Belastbare rente, managementresultaten en andere niet-vrijgestelde winsten van Holding BV vallen in beginsel gewoon in de VPB.
In 2026 bedraagt het VPB-tarief 19% over het belastbare bedrag tot en met € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Vrijgestelde deelnemingsresultaten worden bij de fiscale winstberekening buiten de heffing gehouden.
16. Praktijkvoorbeeld: van winst naar vermogensstrategie
Werk BV behaalt structureel winst. Na analyse blijkt dat € 150.000 aan overtollige liquiditeit naar Holding BV kan worden gebracht. De holding beschikt daarnaast al over € 100.000.
Holding BV besluit:
• € 100.000 als strategische liquiditeitsbuffer aan te houden;
• € 75.000 beschikbaar te houden voor de oprichting van een nieuwe dochter;
• € 50.000 zakelijk te beleggen;
• € 25.000 voorlopig niet naar privé uit te keren.
De kern is dat niet automatisch het hele bedrag wordt uitgekeerd of belegd. Eerst krijgt iedere euro binnen de structuur een functie.
17. EHB Holding-vermogensplan
Een praktisch vermogensplan voor een holding kan in vijf lagen worden opgebouwd:
Laag 1 – verplichtingen: belastingen, kosten en bekende betalingsverplichtingen.
Laag 2 – liquiditeitsbuffer: geld dat direct beschikbaar moet blijven.
Laag 3 – ondersteuning werkmaatschappij: mogelijke toekomstige financieringsbehoefte.
Laag 4 – groei en investeringen: acquisities, nieuwe BV's, vastgoed of andere zakelijke investeringen.
Laag 5 – overtollig vermogen: pas daarna beoordelen of beleggen of uitkeren naar privé passend is.
Deze volgorde voorkomt dat fiscaal denken de bedrijfseconomische logica verdringt.
18. Administratieve aandachtspunten
Houd geldstromen tussen Holding BV en Werk BV administratief strikt gescheiden. Gebruik afzonderlijke grootboekrekeningen voor deelneming, intercompany-leningen, rekening-courant, rente, managementfee en dividend.
Boek een dividenduitkering niet als lening en een lening niet als dividend. Sluit intercompany-posities periodiek tussen beide administraties aan. Leg besluiten en overeenkomsten vast voordat bedragen jarenlang op een algemene rekening-courant blijven staan.
19. Veelgemaakte fouten
Veelvoorkomende fouten zijn: alle liquiditeit uit Werk BV naar Holding BV brengen zonder werkkapitaalprognose; denken dat alle opbrengsten in de holding onder de deelnemingsvrijstelling vallen; privé-uitgaven rechtstreeks vanuit Holding BV betalen zonder juiste verwerking; intercompany-leningen zonder voorwaarden laten oplopen; dividend, rekening-courant en lening door elkaar gebruiken; en vermogen beleggen dat op korte termijn nodig is.
20. EHB Vermogenscheck
Beantwoord jaarlijks ten minste deze vragen: hoeveel cash heeft Werk BV operationeel nodig? Welk bedrag is werkelijk overtollig? Welke verplichtingen heeft Holding BV zelf? Welke investeringen worden binnen drie jaar verwacht? Moet geld beschikbaar blijven voor een dochter? Welk bedrag kan tegen risico worden belegd? Is privévermogen nodig? Zijn alle intercompany-posities schriftelijk en administratief juist vastgelegd?
21. Samenvatting – tien kernlessen
-
Winst en liquiditeit zijn verschillende begrippen.
-
Dividend uit Werk BV naar Holding BV is binnen onze resultaatmethodiek geen tweede opbrengst.
-
Trek Werk BV niet leeg: bepaal eerst de benodigde operationele buffer.
-
Vermogen in Holding BV blijft vermogen van de vennootschap.
-
De holding kan functioneren als strategische vermogens- en financieringsbuffer.
-
Intercompany-leningen moeten zakelijk worden ingericht.
-
Niet alle beleggingsopbrengsten vallen onder de deelnemingsvrijstelling.
-
Een lening aan de DGA vraagt zakelijke voorwaarden en aandacht voor excessief lenen.
-
Geld in de holding laten is een volwaardige keuze naast dividend naar privé.
-
Geef iedere euro in de holding een functie voordat u besluit te investeren, beleggen of uitkeren.
22. EHB Slotgedachte
Een sterke holding is geen parkeerplaats voor geld, maar een financieel regiecentrum. De kwaliteit van de structuur zit niet in het hoogste banksaldo, maar in de bewuste verdeling tussen veiligheid, flexibiliteit, groei en privé. Wie jaarlijks een vermogensplan maakt, gebruikt de holding waarvoor zij werkelijk waarde kan toevoegen.
23. Volgende les
Les 11 – Vastgoed in de BV. We onderzoeken wanneer vastgoed in een BV of aparte vastgoed-BV kan passen, hoe aankoop, financiering, afschrijving en verhuur worden verwerkt en welke fiscale aandachtspunten daarbij spelen.
Bronnen en actualiteitscontrole 2026
Belastingdienst – tarieven vennootschapsbelasting 2026; geld lenen van uw BV; zakelijke voorwaarden voor leningen; excessief lenen van de BV. Voor concrete investeringen, vastgoed, financieringen en uitkeringen moeten de actuele fiscale en juridische voorwaarden afzonderlijk worden beoordeeld.
Disclaimer
Deze Academy-les bevat algemene educatieve informatie en vervangt geen individuele fiscale, juridische, beleggings- of financieringsanalyse. De optimale vermogensstrategie hangt af van de financiële positie, risico's, doelstellingen en concrete structuur van de onderneming.