EHB Academy • BV & Holding • Les 12
Meerdere werkmaatschappijen?
Wanneer activiteiten scheiden, hoe geldstromen lopen en hoe de holding de groep beheersbaar houdt
Niveau: Verdieping
Leestijd: ± 40 minuten
Versie: 2026
1. Wat leert u in deze les?
Een holdingstructuur hoeft niet uit één holding en één werkmaatschappij te bestaan. Naarmate een onderneming groeit, kunnen verschillende activiteiten, risicoprofielen, partners of toekomstige verkoopplannen aanleiding geven om met meerdere werkmaatschappijen te werken.
In deze les leert u wanneer zo'n splitsing bedrijfseconomisch zinvol kan zijn, welke risico's ermee worden gescheiden, hoe resultaat en dividend naar Holding BV lopen en hoe managementfee, leningen en rekening-courant tussen groepsmaatschappijen administratief correct worden verwerkt.
2. De basisstructuur
Stel dat Holding BV 100% aandeelhouder is van drie vennootschappen: Werk BV A, Werk BV B en Werk BV C. Iedere werkmaatschappij heeft een eigen administratie, bankrekening, contracten, debiteuren, crediteuren en resultaat.
Holding BV bezit de aandelen en kan daarnaast centrale functies vervullen, zoals bestuur, strategie, financiering en vermogensbeheer. Juridisch blijven de BV's afzonderlijke rechtspersonen.
3. Waarom meerdere werkmaatschappijen?
Een extra BV moet een functie hebben. Veel voorkomende redenen zijn:
-
verschillende ondernemingsactiviteiten met een ander risicoprofiel;
-
samenwerking met verschillende mede-aandeelhouders;
-
het afzonderlijk verkoopbaar maken van een activiteit;
-
vergunningen of contracten die aan één activiteit zijn gekoppeld;
-
bescherming van andere activiteiten tegen operationele risico's;
-
het overzichtelijk maken van afzonderlijke resultaten.
Meer BV's oprichten alleen omdat een structuur professioneler oogt, is geen goede reden. Iedere BV brengt vaste administratie-, jaarrekening-, aangifte- en governanceverplichtingen mee.
4. Risicoscheiding: wat werkt wel en wat niet?
Als een claim uitsluitend bij Werk BV A ontstaat, zijn Werk BV B en Werk BV C in beginsel niet automatisch schuldenaar. Dat is een belangrijk voordeel van juridische scheiding.
Die bescherming kan echter worden verzwakt door hoofdelijke aansprakelijkheid, borgstellingen, 403-verklaringen, gezamenlijke financieringen, verpanding, onzakelijke geldstromen of bestuurdersaansprakelijkheid. Ook een fiscale eenheid kan eigen aansprakelijkheidsgevolgen hebben.
Een BV-structuur is dus geen muur die ieder risico vanzelf tegenhoudt. Contracten en feitelijke uitvoering moeten aansluiten op de gekozen juridische scheiding.
5. Houd contracten bij de juiste BV
De BV die de omzet behaalt, hoort in beginsel ook de relevante klantcontracten, verplichtingen en kosten te dragen. Personeel, huur, verzekeringen, leasecontracten en vergunningen moeten bewust worden toegewezen.
Als Werk BV A factureert terwijl personeel, machines en contractrisico's feitelijk in Werk BV B zitten, ontstaat administratieve en fiscale ruis.
Maak daarom per vennootschap duidelijk: welke activiteit verricht zij, welke middelen gebruikt zij en welke risico's draagt zij?
6. Resultaat van iedere werkmaatschappij
Elke werkmaatschappij bepaalt eerst haar eigen commerciële resultaat. Buiten een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is iedere BV in beginsel zelfstandig belastingplichtig voor haar eigen belastbare winst.
In onze Academy-methodiek verwerkt Holding BV het resultaat uit een deelneming via de boekwaarde van die deelneming:
Debet Deelneming
Credit Resultaat deelneming
De deelnemingsvrijstelling wordt vervolgens fiscaal toegepast als aan de voorwaarden is voldaan.
Gebruik deze methodiek consequent per dochtermaatschappij en houd voor iedere deelneming een afzonderlijke grootboekrekening aan.
7. Voorbeeld met drie werkmaatschappijen
Werk BV A behaalt na belasting € 120.000 winst, Werk BV B € 40.000 winst en Werk BV C € 30.000 verlies.
We veronderstellen dat Holding BV de deelnemingen volgens de in Les 09 gekozen resultaatmethodiek waardeert en dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.
Werk BV A:
Debet Deelneming A € 120.000
Credit Resultaat deelneming A € 120.000
Werk BV B:
Debet Deelneming B € 40.000
Credit Resultaat deelneming B € 40.000
Werk BV C:
Debet Resultaat deelneming C € 30.000
Credit Deelneming C € 30.000
Per saldo bedraagt het commerciële deelnemingsresultaat in Holding BV € 130.000.
Fiscaal worden kwalificerende positieve én negatieve deelnemingsresultaten in beginsel uit de belastbare winst geëlimineerd. Het verlies van Werk BV C wordt daarmee niet ineens een fiscaal aftrekbaar verlies van Holding BV.
8. Dividend van dochters naar Holding BV
Als Werk BV A later € 80.000 dividend uitkeert en Werk BV B € 20.000, ontstaat binnen onze resultaatmethodiek geen tweede opbrengst in Holding BV. Het resultaat was immers al via de deelneming verwerkt.
Dividend Werk BV A:
Debet Bank € 80.000
Credit Deelneming A € 80.000
Dividend Werk BV B:
Debet Bank € 20.000
Credit Deelneming B € 20.000
De holding ontvangt daarmee € 100.000 cash. De boekwaarden van de betreffende deelnemingen dalen met hetzelfde bedrag.
Dit sluit rechtstreeks aan op Les 09 en Les 10.
9. Geld van de ene werkmaatschappij naar de andere
Werk BV A mag niet simpelweg kosten van Werk BV B betalen zonder vast te leggen wat er economisch gebeurt.
Een geldstroom tussen zustermaatschappijen moet een duidelijke titel hebben, bijvoorbeeld:
-
een zakelijke lening;
-
een vergoeding voor een geleverde dienst;
-
een verrekening van voorgeschoten kosten.
Vaak is het overzichtelijker dat overtollige middelen eerst naar Holding BV gaan en dat Holding BV vervolgens een andere dochter financiert.
Dat maakt de treasuryfunctie en de risicoverdeling beter zichtbaar, al moet iedere stap juridisch en fiscaal zelfstandig kloppen.
10. Intercompany-lening via Holding BV
Stel dat Holding BV € 75.000 uitleent aan Werk BV C voor uitbreiding.
Holding BV:
Debet Lening u/g Werk BV C € 75.000
Credit Bank € 75.000
Werk BV C:
Debet Bank € 75.000
Credit Lening o/g Holding BV € 75.000
Leg rente, looptijd, aflossing, zekerheden en doel van de lening vast. De voorwaarden moeten zakelijk verdedigbaar zijn.
Rente wordt vervolgens als opbrengst bij de uitlener en als rentelast bij de lener verwerkt, behoudens eventuele fiscale renteaftrekbeperkingen.
11. Rekening-courant tussen groepsmaatschappijen
Voor kleine, kortlopende en regelmatig wisselende onderlinge bedragen kan een rekening-courantverhouding praktisch zijn. Denk aan centraal betaalde verzekeringen of een incidenteel voorgeschoten factuurbedrag.
Gebruik rekening-courant niet als verzamelrekening voor structurele financieringen.
Zodra een saldo omvangrijk of langdurig wordt, moet worden beoordeeld of feitelijk sprake is van een lening waarvoor passende voorwaarden en documentatie nodig zijn.
Sluit de rekening-courantposities periodiek spiegelbeeldig aan: een vordering bij de ene BV moet exact overeenkomen met de schuld bij de andere BV.
12. Managementfee: waarvoor betaalt de werkmaatschappij?
Holding BV kan bestuurs- en managementdiensten verrichten voor één of meer werkmaatschappijen. Daarvoor kan zij een managementfee berekenen.
De vergoeding moet aansluiten bij de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en zakelijk onderbouwd kunnen worden.
Een managementfee is geen instrument om willekeurig winst tussen BV's te verschuiven.
Leg daarom in een managementovereenkomst vast welke diensten worden verricht, hoe de vergoeding wordt bepaald, wanneer wordt gefactureerd en welke kosten eventueel afzonderlijk worden doorbelast.
13. Voorbeeld managementfee
Stel dat Holding BV maandelijks € 4.000 managementfee aan Werk BV A en € 2.500 aan Werk BV B factureert.
Buiten een fiscale eenheid voor de btw en uitgaande van een btw-belaste managementdienst, factureert Holding BV daar in beginsel 21% btw over.
Werk BV A:
Debet Managementfee € 4.000
Debet Te vorderen btw € 840
Credit Crediteuren Holding BV € 4.840
Holding BV:
Debet Debiteuren Werk BV A € 4.840
Credit Managementopbrengst € 4.000
Credit Te betalen btw € 840
Voor Werk BV B wordt dezelfde systematiek toegepast op de managementfee van € 2.500.
14. Wat verandert bij een fiscale eenheid voor de btw?
Vormen Holding BV en de werkmaatschappijen samen een fiscale eenheid voor de btw, dan worden prestaties tussen onderdelen voor de btw niet als onderlinge belaste prestaties behandeld.
Over de interne managementfee wordt dan geen btw in rekening gebracht.
Voor een btw-fiscale eenheid moeten de ondernemingen in Nederland zijn gevestigd, btw-ondernemer zijn en financieel, organisatorisch en economisch verweven zijn.
Financiële verwevenheid bestaat bij BV's in elk geval als meer dan 50% van de aandelen én de zeggenschap direct of indirect in dezelfde handen zijn.
Let op – aansprakelijkheid
Alle onderdelen van de btw-fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schuld van de fiscale eenheid.
Dat aansprakelijkheidsaspect hoort daarom nadrukkelijk bij de structuurkeuze.
15. Fiscale eenheid VPB: andere systematiek
Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is iets anders dan een fiscale eenheid voor de btw.
Voor de VPB kan op verzoek een moedermaatschappij met één of meer dochters een fiscale eenheid vormen als onder meer aan het 95%-bezits-, winst-, vermogens- en stemrechtvereiste wordt voldaan en aan de overige voorwaarden is voldaan.
Binnen de fiscale eenheid worden de resultaten van gevoegde dochters toegerekend aan de moedermaatschappij. Daardoor kunnen verliezen van de ene gevoegde maatschappij onder voorwaarden worden verrekend met winsten van een andere gevoegde maatschappij.
Dit betekent dat onze normale deelnemingsmethodiek voor zelfstandige dochters niet één-op-één de fiscale winstberekening binnen een VPB-fiscale eenheid beschrijft.
Commerciële administratie en fiscale consolidatie moeten daarom uit elkaar worden gehouden.
16. Voorbeeld: verlies bij één dochter
Zonder fiscale eenheid VPB behaalt Werk BV A € 150.000 belastbare winst en Werk BV C € 80.000 fiscaal verlies.
De winst van A en het verlies van C blijven in beginsel bij hun eigen vennootschap. Het deelnemingsverlies bij Holding BV is door de deelnemingsvrijstelling niet simpelweg aftrekbaar.
Als A en C samen met Holding BV rechtsgeldig in één fiscale eenheid VPB zijn gevoegd, worden de resultaten fiscaal op het niveau van de fiscale eenheid samengebracht.
Dan kan het verlies van C binnen de daarvoor geldende regels invloed hebben op het gezamenlijke belastbare resultaat.
Dit is één van de redenen waarom een fiscale eenheid interessant kan zijn, maar aansprakelijkheid, renteaftrek, verliesregels en toekomstige verkoop moeten meegewogen worden.
17. Eén administratie of meerdere administraties?
Iedere BV is juridisch een afzonderlijke entiteit en verdient daarom een afzonderlijke administratie.
Gebruik per BV een eigen bankrekening, debiteuren- en crediteurenadministratie, activastaat en grootboek.
Voor managementinformatie kan daarna een groepsrapportage of consolidatie worden gemaakt.
Consolidatie is echter geen vervanging voor correcte afzonderlijke administraties. Eerst moeten de individuele cijfers kloppen; daarna worden onderlinge posities en transacties voor groepsrapportage geëlimineerd.
18. Intercompany-aansluiting als maandelijkse controle
Een groep met meerdere BV's hoort periodiek een intercompany-overzicht te maken.
Vergelijk per vennootschap:
-
rekening-courant;
-
leningen;
-
rente;
-
managementfee;
-
huur;
-
kostenverdelingen;
-
dividendposities.
Een verschil van € 5.000 tussen 'RC Holding' in Werk BV en 'RC Werk BV' in Holding BV betekent dat minstens één administratie onvolledig is.
Wacht daarmee niet tot de jaarrekening. Sluit deze posities bij voorkeur maandelijks of per kwartaal aan.
19. Centrale kosten verdelen
Sommige kosten worden centraal gemaakt maar hebben betrekking op meerdere werkmaatschappijen, bijvoorbeeld software, verzekeringen, directieondersteuning of marketing.
Bepaal vooraf een verdedigbare verdeelsleutel, zoals:
-
omzet;
-
aantal medewerkers;
-
werkelijk gebruik;
-
bestede uren.
Gebruik dezelfde methodiek consequent en documenteer waarom de verdeelsleutel passend is.
Een kostenverdeling moet de economische werkelijkheid benaderen en mag niet uitsluitend worden gekozen om winst naar een gewenste BV te verplaatsen.
20. Wanneer juist géén extra werkmaatschappij?
Een extra BV is minder aantrekkelijk wanneer activiteiten sterk verweven zijn, risico's nauwelijks van elkaar zijn te scheiden, de omzet nog beperkt is of de extra administratie niet opweegt tegen het voordeel.
Drie BV's met ieder een klein deel van dezelfde activiteit kunnen juist complexiteit creëren: extra bankrekeningen, contracten, jaarrekeningen, VPB-aangiften, onderlinge facturen en aansluitingen.
Structuur moet complexiteit oplossen, niet produceren.
21. Groei, samenwerking en verkoop
Meerdere werkmaatschappijen worden vooral waardevol wanneer activiteiten verschillende toekomstpaden krijgen.
Een investeerder kan bijvoorbeeld 30% deelnemen in Werk BV B zonder aandelen in Werk BV A te verkrijgen. Ook kan Werk BV C later afzonderlijk worden verkocht.
Als Holding BV een kwalificerende deelneming verkoopt, kan de deelnemingsvrijstelling op de verkoopwinst van toepassing zijn.
Dat is echter iets anders dan de verkoop van activa door Werk BV zelf: een activawinst wordt in de werkmaatschappij in beginsel gewoon in de VPB-heffing betrokken.
22. EHB-praktijkstructuur
Stel: Holding BV bezit Advies BV, Handel BV en Vastgoed BV.
-
Advies BV
levert diensten aan klanten.
-
Handel BV
koopt en verkoopt producten.
-
Vastgoed BV
bezit het bedrijfspand en verhuurt dit aan Advies BV en Handel BV.
Holding BV voert directie en strategie en factureert, als geen btw-fiscale eenheid bestaat, zakelijke managementdiensten met de toepasselijke btw.
Overtollige winst kan na een rechtsgeldige dividenduitkering naar Holding BV worden gebracht. Holding BV kan vervolgens onder zakelijke voorwaarden nieuwe investeringen of dochters financieren.
Deze structuur scheidt activiteit, vastgoed en vermogen, maar werkt alleen goed als contracten, facturatie, bankstromen en administratie dezelfde werkelijkheid volgen.
23. EHB Groepscheck
Controleer bij een structuur met meerdere werkmaatschappijen jaarlijks ten minste:
-
Heeft iedere BV een duidelijke functie?
-
Zitten contracten en risico's bij de juiste BV?
-
Zijn managementfees en kostenverdelingen onderbouwd?
-
Sluiten rekening-courant en leningen aan?
-
Zijn leningsovereenkomsten actueel?
-
Zijn dividendbesluiten correct vastgelegd?
-
Is een fiscale eenheid btw of VPB aanwezig en nog steeds gewenst?
-
Zijn aansprakelijkheden en borgstellingen bekend?
-
Kan iedere BV zelfstandig haar betalingsverplichtingen nakomen?
24. Veelgemaakte fouten
-
Meerdere BV's oprichten zonder duidelijke functie.
-
Omzet in de ene BV boeken en kosten in een andere.
-
Managementfee gebruiken als willekeurige winstcorrectie.
-
Structurele financiering jarenlang in rekening-courant laten staan.
-
Btw berekenen over interne prestaties terwijl een btw-fiscale eenheid bestaat.
-
Juist géén btw berekenen terwijl geen fiscale eenheid bestaat.
-
Intercompany-saldi niet aansluiten.
-
Denken dat juridische scheiding alle garanties en aansprakelijkheden automatisch uitsluit.
25. Samenvatting – tien kernlessen
-
Iedere extra werkmaatschappij moet een concrete economische of juridische functie hebben.
-
Risicoscheiding werkt alleen als contracten en feitelijke uitvoering de structuur volgen.
-
Iedere BV houdt een eigen administratie en eigen resultaat.
-
Houd voor iedere dochter een afzonderlijke deelnemingsrekening aan.
-
Dividend naar Holding BV is binnen onze resultaatmethodiek geen tweede opbrengst.
-
Leningen en rekening-courant zijn verschillende instrumenten en moeten passend worden gebruikt.
-
Managementfees moeten aansluiten bij werkelijk verrichte diensten en zakelijk onderbouwd zijn.
-
Een fiscale eenheid btw en een fiscale eenheid VPB zijn twee verschillende regelingen.
-
Intercompany-posities moeten periodiek spiegelbeeldig worden aangesloten.
-
Een goede groepsstructuur maakt risico, resultaat, vermogen en toekomstige verkoop beter beheersbaar.
26. EHB Slotgedachte
Meer BV's betekent niet automatisch meer bescherming of een betere fiscale positie.
De kracht van meerdere werkmaatschappijen ontstaat pas wanneer iedere vennootschap een duidelijke taak heeft en geld, contracten, risico's en administratie die taak consequent volgen.
Een goede structuur kunt u in één schema uitleggen. Als daarvoor twintig pijlen en uitzonderingen nodig zijn, is het tijd om te beoordelen of de structuur nog voor de onderneming werkt.
27. Volgende les
Les 13 – Managementfee en intercompany-verhoudingen
Daar verdiepen we de onderlinge dienstverlening, kostendoorbelasting, rekening-courant, leningen, rente en administratieve aansluiting tussen Holding BV en haar werkmaatschappijen.
Bronnen en actualiteitscontrole 2026
Belastingdienst – fiscale eenheid vennootschapsbelasting; fiscale eenheid voor de btw en de voorwaarden en gevolgen daarvan; deelnemingsvrijstelling; actuele VPB-regels 2026.
Bij concrete groepsstructuren moeten daarnaast onder meer transfer pricing, renteaftrek, aansprakelijkheid, dividendbesluiten en contractuele verhoudingen afzonderlijk worden beoordeeld.
Disclaimer
Deze Academy-les bevat algemene educatieve informatie en vervangt geen individuele fiscale, juridische of financiële analyse.
De gevolgen van meerdere BV's hangen af van eigendomsverhoudingen, activiteiten, financieringen, fiscale eenheden en contracten.